Verzoeking

 

Vraagstelling:

Zoals bij alle Bijbelonderzoek noodzakelijk is, willen wij in dit geval ook eerst een blik werpen op de woorden die een samenhang vormen met deze uitspraak van de Here Jezus in Mattheüs 6:13. Met andere woorden: we nemen het contextuele verband in ogenschouw. Wat daarbij direct opvalt, zijn de woorden die er in één adem direct achteraan komen:

Want ….. en dit ene simpele woordje toont aan dat hier de conclusie volgt. En hierbij gaat het dus om de geloofsbelijdenis dat wij de eeuwige kracht en heerlijkheid van God en zijn Koninkrijk verwachten, niet straks, maar nu. En dit uiteraard om als overwinnaars uit de strijd te komen.
Want onze strijd is niet tegen vlees en bloed maar tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten ….. schreef de apostel Paulus in de brief aan de Efeziërs. En hij kon het weten want hij had daar al redelijk wat ervaring mee opgedaan, gezien de opsomming in de tweede brief aan de Korintiërs van alles waar hij doorheen gegaan is.
Wat wij als Christenen ons goed moeten realiseren is dat wij leven in een God-vijandige wereld. Dat wij dagelijks overspoeld worden met talloze invloeden die de intentie hebben ons af te houden van het doen van Gods wil en het leven naar Gods wil. En deze situatie wordt alleen nog maar erger doordat de wereld zichzelf steeds meer verzuipt in een bodemloze put van ongerechtigheid en verdorvenheid. Door de toenemende invloeden van bijgeloof, afgodsgeloof en ongeloof, daarbij de demoniserende werkingen van allerlei zogenaamde vrijheden welke de Bijbel eenvoudigweg onreinheid en losbandigheid noemt, is ook ons Nederlandse poppenhuis cultuurtje verworden tot een bolwerk van satan die, zoals de Bijbel ons ook vertelt, rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.
De realiteit van nieuwsberichten over allerlei zwaar gebondenen bewijzen slechts dat de Bijbelse voorspellingen op dit gebied al reeds lange tijd de waarheid hebben voorgespiegeld ten aanzien van een mensheid die zichzelf langzaam maar zeker in de afgrond stort. Al dan niet onder invloed van boze machten. Hiervan getuigen de individuen die met zulke afgrijselijke denkbeelden rondlopen, hetzij aangeleerd onder invloed van, hetzij direct geïnspireerd door boze geesten op zodanige wijze dat zij directe instructies verkrijgen door het horen van ‘stemmen’, dat zij met grof schietgereedschap in het wilde weg anderen de dood in jagen.
Temidden van dit alles dan, leeft de Christen die geroepen is om op de weg van heiligheid en reinheid te treden, verlost van alles wat tot zonde leidt. Dat daarbij de hulp van de Almachtige God nodig is, zal geen enkele Christen kunnen ontkennen want het idee dat wij uit eigen kracht in deze wereld zouden kunnen standhouden, is reeds ruim achterhaald, ware het al niet onmogelijk verklaard door God zelf.

Een gebed ‘leid ons niet in verzoeking’ hoeft ons daarom ook niet te bevreemden al was het maar alleen om daardoor te weten dat God niet wil dat wij in verzoeking terecht komen, anders zou de opdracht tot een dergelijk gebed niet gegeven zijn.
Met het oog op de situatie van de maatschappij waar wij in leven, is het ook raadzaam voor iedere Christen om ook heel serieus aandacht te schenken aan de woorden van de Here Jezus in Openbaring 3:10:

Hieruit zien wij dus ook de voorzegde toename van verzoekingen in de wereld, maar wat nog belangrijker is, de wil van God om zijn kinderen daarvoor te bewaren. Dat dit niet een vanzelfsprekendheid is, wordt duidelijk uit het voorwaardelijk dat in deze tekst verborgen is:

Maar ook dit ‘verwachten’ heeft uiteraard geen enkele waarde als het niet gepaard gaat met het ‘klaar zijn om Hem te ontmoeten’. En dit betekent dus: heiliging en reiniging.

Het is in dit alles echter voor de Christen niet zo moeilijk om vast te stellen dat verzoekingen van buitenaf komen. Uit de wereld dus. Veel moeilijker echter is het, en dikwijls miskend, om vast te stellen dat verzoekingen ook veel dichterbij gezocht moeten worden. De apostel Jakobus zei het met deze duidelijke woorden, in Jakobus 1:14:

Het is dus niet alleen de strijd in de hemelse gewesten, maar vooral ook de strijd in, laten we zeggen: de aardse gewesten! Was het maar zo dat wij allen konden zeggen met de Here Jezus: want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets! (Johannes 14:30). De realiteit is echter dat die overste der wereld vaak nog een heleboel aanknopingspunten in onze ziel kan vinden om met zijn verderfelijke invloeden aansluiting bij ons te vinden. Door onwetendheid en onachtzaamheid gaan wij maar al te vaak in op de (soms subtiele) verzoekingen die de satan in de vorm van vurige pijlen op ons afvuurt, waarbij ons schild des geloofs als een slappe vaatdoek in onze handen hangt en wij door gebrek aan inzicht niet in staat zijn de aanvallen af te weren zoals het behoort.

In een dergelijke situatie past dan overduidelijk het gebed dat de Here Jezus ons geleerd heeft:

Dit gebed zou dan niet in de eerste plaats tot ons moeten spreken over een incidentele verzoeking die een keer op ons af kan komen, maar veeleer over het proces van verlossing en bevrijding waarbij alle geestelijke ellende die wij vanuit onze zondige voorgeschiedenis achter ons aan gesleept hebben, verzwolgen wordt in de genade van God die ons de kracht van zijn Koninkrijk deelachtig maakt door de heilige Geest die in ons is uitgestort. Je zou met hetzelfde recht in het principe van deze tekst kunnen lezen: help ons de zuiging en verlokking van ons vlees te ontdekken, geef ons er niet aan over, en maak dat de boze daar geen grip meer op kan hebben.

Het lijdt geen twijfel dat verzoekingen die tot doel hebben om tot zonde te komen, nooit van God uitgaan. God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. (1 Johannes 1:5).
En nog veel sterker drukte Jakobus zich uit in hoofdstuk 1:13:

Maar in dit alles moeten wij wel goed het verschil begrijpen tussen ‘verzoeking’ en ‘beproeving’. Het aandachtig bestuderen van het gehele eerste hoofdstuk van de brief van Jakobus, zal veel kunnen verduidelijken. Zo staat er bijvoorbeeld in vers 2 en 3:

En ook vers 12:

Hierbij zien wij dat er verschil is tussen ‘verzoeking’ en ‘beproeving’. Wij kunnen in een beproeving terecht komen en daarbij verzocht worden door de boze.
De verzoeking tot zonde kan nooit van God komen. Echter de situatie dat wij beproefd worden kan wel zo door God bedoeld zijn. Niet opdat wij tot zonde zouden komen, maar juist opdat wij sterker uit de strijd komen en de genade en kracht van de heilige Geest daardoor rijker in ons leven zijn weg zal kunnen vinden.
Wie zegt: dat geloof ik niet …. zal wellicht het beste te rade kunnen gaan bij Mattheüs in hoofdstuk 4:1:

Het is expliciet een gewoonte van God om degenen met wie Hij omgaat op de proef te stellen. Dit begon al bij Adam in het paradijs die een keuze werd voorgehouden om getrouwheid en gehoorzaamheid te betrachten. Noach, die jarenlange spot van volksgenoten heeft moeten aanhoren. Abraham waarvan notabene in het Nieuwe Testament geschreven staat dat hij door God ‘verzocht’ werd. We lezen dit in Hebreeën 11:17:

En hiermee wordt ons een ander aspect getoond van het woord ‘verzoeking’ namelijk, dat iemand ook verzocht kan worden tot iets wat niets met zonde te maken heeft. In het geval van Abraham was het duidelijk een test van Godswege om zijn geloof op de proef te stellen.
Op die wijze lezen wij talloze voorbeelden in de Bijbel, vooral in de geschiedenissen van het Oude Testament. Het volk Israël werd in de woestijn door God op de proef gesteld, zodat Hij zou kunnen zien wat er werkelijk in hun hart was.

En dan is er nog die bijzondere situatie van Job, waarbij wij duidelijk kunnen zien dat het God was die het toeliet, maar aan de andere kant de satan was die de werkelijke verzoekingen veroorzaakte.
Hiermee komen wij dan bij een belangrijk principe in de Bijbel, namelijk, dat het handelen van God onderscheiden kan worden tussen:

  1. 1. Direct handelen.
  2. 2. Indirect handelen.

Onder direct handelen verstaan wij dus alle handelingen die direct van God als persoon uitgaan en die geheel overeenkomstig zijn karakter en persoonlijkheid zijn.
Onder indirect handelen verstaan wij alle handelingen waarbij God de handelingen van anderen toelaat of juist inschakelt. In de geschiedenis van Israël zien wij dat dit was in de vorm van personen en volken. De situatie van Farao in Egypte is zo’n voorbeeld, evenals de overmeestering door Nebukadnezar uit Babylon. Het was in principe nooit Gods bedoeling dat zijn volk naar Babylon zou verhuizen, maar vanwege de aanhoudende afgodendienst heeft Hij doelbewust Nebukadnezar ingeschakeld om het volk Israël in ballingschap te voeren.
Dat het een indirecte actie van God was, blijkt ook uit het feit dat het Babylonische volk later zelf werd afgestraft voor deze daad.
Diverse malen lezen wij ook in het boek Richteren dat wanneer het volk zondigde, God hen overgaf in de macht van de volken om hen heen. In hoofdstuk 3 vers 1 en 2 lezen wij bovendien dat God expres die volken nog had overgelaten om ook het nageslacht van de Jozua generatie op de proef te stellen en meer nog, om hen ook vertrouwd te maken met de strijd.
En hiermee zijn wij dan weer helemaal terug bij onze situatie in de hemelse gewesten waar al deze aardse geschiedenissen een type van waren. De werkelijkheid is van Christus en de werkelijke strijd moet gevoerd worden in de hemelse gewesten. Dat wil dus zeggen dat de vijandige volken voor ons niet meer een aardse nationaliteit of identiteit hebben, maar een geestelijke. Niet meer tegen vlees en bloed, maar in de hemelse gewesten.

Het indirecte handelen van God in onze tijd wordt vooral duidelijk wanneer wij zien dat velen die zich van God afkeren of volharden in de zonde, door God worden overgegeven aan onreinheden waardoor het lichaam onteerd wordt, zo lezen wij uitgebreid in Romeinen 1.
De vraag is nu aan wie wij deze gevolgen moeten toeschrijven. Volgens de Hebreeuwse Oud Testamentische benadering wordt alles toegeschreven aan God, zoals wij dat ook tegenkomen in het denken van Job, terwijl wij in het eerste hoofdstuk heel duidelijk lezen dat het in feite de satan was die alle ellende op touw had gezet.
Wat wij ons echter goed moeten realiseren is dat de satan geen god is en niet zomaar op eigen houtje kan opereren. Ondanks dat ook hij geen puppet-on-a-string is netzomin als de mens, heeft God wel grenzen gesteld aan zijn mogelijkheden en kan hij niet zomaar zijn gang gaan. Bovendien heeft God juist voorzien in de mogelijkheden dat wij, ja wij, door de naam van Jezus, heerschappij gaan oefenen over de werken des duivels en ze zodoende gaan verbreken. En dat is dan de strijd die ook wij moeten leren. Wij hebben de opdracht gekregen om inzicht te krijgen in zijn verderfelijke plannen en manier van doen om op die manier weerstand te bieden zodat hij van ons zal vlieden in de boze dag, zoals de apostel Paulus schreef in Efeze 6:13.
En dit gehele proces mogen wij zien als ingebed in het gebed: En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Gods plan wordt juist vormgegeven door de tegenstroom: doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid. (Johannes 16:13). Het gebed zet ons dus op de weg die steeds verder omhoog voert, van het verlost worden van en heersen over de zuiging en verlokking van onze eigen begeerten, tot het heersen over de machten der duisternis in de naam van Jezus.

Als dit gebed niet zou wijzen op het indirecte handelen van God, zou de evangelist beslist andere woorden gekozen hebben zoals: En verzoek ons niet ….., hetgeen een direct handelen van God zou impliceren.
Naast het gegeven dat de satan geen god is, moeten wij ons ook realiseren dat wij als Christenen door de apostel geleerd worden dat er voor ons slechts één God is, ook al, zo schreef hij, zijn er goden en heren in menigte. 1 Korintiërs 8:5-6:

Voor ons is het dus van wezenlijk belang dat wij vaststaan in het geloof dat wij alleen te maken hebben met de Almachtige God en Vader van onze Here Jezus Christus. In tegenstelling tot de Christenen van het eerste uur, kennen vele Christenen vandaag de dag wederrechtelijke autoriteit en gezag toe aan de satan die in werkelijkheid een verslagen vijand is. Echter:

(Psalm 91:1-2)

Het is daarom van wezenlijk belang hoe wij God zien en op welke wijze wij zijn almacht erkennen en belijden. Daarbij volkomen de leugenachtige en geveinsde macht van de boze negerende, op dezelfde wijze zoals ook de Here Jezus dat gewoonlijk deed.
En daarom bidden wij: En leid ons niet in verzoeking, maar ….
Het is God, en God alleen die ons leidt. De Here is mijn Herder …. en niet een ander.
Als er dus iets gebeuren of veranderen moet in ons leven, dan is Hij het bij wie wij moeten zijn. Ons leven staat onder zijn autoriteit. Wij belijden immers dat Jezus Heer is!
En daarom bidden wij: En leid ons niet in verzoeking…..
Hij is ook de enige die echt de macht heeft om onze situatie te keren en het proces van het Koninkrijk der hemelen in ons op gang te brengen.
Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid.
Amen.

 

Powered by Website Baker