Predestinatie

 

Vraagstelling:

De leer van de predestinatie is een bijzonder diepgeworteld verschil van denken dat de leiders van de Christelijke Kerken heeft bezig gehouden vanaf de tweede eeuw van het christendom na het ontslapen van de eerste generatie apostelen en hun leerlingen.
Met name door de kerkvader Augustinus is de basis gelegd voor een denkwijze die tot veel discussie en meningsverschillen heeft geleid, zowel op het Rooms Katholieke erf als op het Protestantse erf.
Het mag duidelijk zijn dat veel dogmatiek die ontstaan is na de eerste apostelen meestal niet tot verrijking van het heil van de Christenen geleid heeft, maar veeleer tot onzekerheid, misverstanden, dwalingen, drogredenen en scheuringen, zoals dat voorzien is door o.a. de apostelen Paulus en Petrus.

Zoals in alle gevallen waarbij de waarheid onder druk staat door de gedachtespinsels van mensen, in beweging gezet door allerlei geesten uit het vijandelijke kamp, die er uiteraard niet op gericht zijn het eeuwige heil en de geestelijke vooruitgang van de Christenen te bevorderen, doen wij er verstandig aan om in alle nuchterheid terug te keren tot de basisprincipes van het evangelie, zoals dat door de Here Jezus Zelf en de door Hem aangestelde apostelen verkondigd is, maar ook verborgen was in de geschriften van de profeten en de heilsbeloften in het Oude Testament.

Het was de apostel Paulus die in zijn evangelieverkondiging kundig de verbinding vastlegde met de belofte die God aan Abraham had gedaan.
Zo lezen wij dan in Galaten 3:8-9:

Het woord evangelie betekent niets anders dan: goede- of blijde boodschap. En dit is de blijde boodschap, dat ALLE volken gezegend zullen worden.
Maar let op! De term in u is hierbij direct gekoppeld aan de stelling in het aansluitende Bijbelvers: zij, die uit het geloof zijn. Dat wil zeggen, zij die in het zelfde voetspoor van geloof treden als Abraham. En wat geloofde Abraham? De belofte van de komst van zijn Zaad, namelijk: de Christus.
En dat is dan ook de reden dat wij in het zelfde hoofdstuk een nadere verklaring lezen.

Galaten 3:14:

Welnu, hier hebben wij een uitermate belangrijk Bijbelvers dat ons in enkele termen de basis waarheden van het evangelie voor ogen stelt.
En om het wat duidelijker te maken, zullen we deze waarheden nog wat verder uitkristalliseren. Het gaat hier om:

  1. De zegen van Abraham:
    De rechtvaardigmaking door geloof.

  2. De personen voor wie deze zegen bestemd is:
    ALLE volken.

  3. De tijd waarin deze zegen gemanifesteerd wordt:
    Voltooide tijd: IS gekomen.

  4. De plaats waar deze zegen gemanifesteerd wordt:
    IN Jezus Christus.

  5. Het directe effect van deze zegen:
    Het ontvangen van de heilige Geest.

Vanuit deze basis principes kunnen we dus stellen dat God de zegen van Abraham voor ALLE volken bereidt heeft en klaar heeft liggen in Jezus Christus en dat een ieder die gelooft, daardoor deel zal verkrijgen aan deze zegen.

Het was op grond van deze principes dat de Here Jezus Zelf het evangelie verkondigde.
Want zo lezen wij Zijn woorden in Johannes 3:16:

Wat wij hieruit mogen verstaan is, dat het de wil van God is, vanuit Zijn liefde, dat iedereen tot geloof komt in Zijn Zoon Jezus Christus, en zo eeuwig leven ontvangt.
Dat niet iedereen daadwerkelijk tot geloof komt, heeft wellicht verschillende oorzaken welke niet te maken hebben met de hier geopenbaarde WIL van God, maar wel met de gesteldheid van ieders hart persoonlijk.

Van dit basisprincipe spreekt ook de apostel Paulus in zijn brief aan één van zijn getrouwe medewerkers.
Zo lezen we in Titus 2:11-12a:

Ook hier zien wij weer dat de genade van God bestemd is voor ALLE mensen.

Maar hoe komt het dan dat velen zich laten benevelen door de gedachte dat God al van tevoren bepaald heeft wie er wel en wie er niet tot geloof zal komen?
In hoofdzaak kunnen we stellen dat zij die de gedachten van predestinatie navolgen, een uitleg geven aan bepaalde Bijbelteksten zonder hierbij de basisprincipes van het evangelie als uitgangspunt te nemen!
Zo kun je met het begrip uitverkoren diverse kanten op. Evenzo met het woord voorkennis.
Het vraagt echter een uitgerijpt en breed inzicht in het wezen van het Evangelie om deze begrippen op de juiste wijze te interpreteren.
Om de verschillende denkwijzen goed te illustreren, is het goed om deze vraagstelling eens goed te overdenken:

Laten wij wederom beschouwen wat de Bijbel hier over zegt.
Wij nemen hiervoor de bekende teksten uit Efeziërs 1:3:6:

In de eerste plaats worden wij hier nogmaals gewezen op de locatie waar God Zijn zegeningen openbaart, n.l. in Christus. Dat wil dus zeggen dat wij deel hebben aan die zegeningen wanneer wij in Christus zijn gekomen. Dus los van, of buiten Christus om, is er geen zegen van God te verwachten. Een ieder die door God gezegend wil worden zal tot Hém moeten komen.
En dan lezen wij in vers 4 dat God ons in Hem heeft uitverkoren vóór de grondlegging der wereld. Als wij nu dit begrip uitverkoren hanteren, los van de basisprincipes van het evangelie, dan ligt het voor de hand dat wij de gedachte ontwikkelen dat God al reeds lang geleden bepaalde mensen heeft uitgekozen om in Christus te zijn. In dat geval zou het dus ook voor hen die niet uitgekozen zijn onmogelijk zijn om tot geloof te komen.
Deze gedachte strookt in het geheel niet met het basisprincipe van het evangelie. Het vormt daarom ook een niet gering geestelijk obstakel voor velen om daadwerkelijk tot de zekerheid van hun redding in Christus te komen.
De sleutel tot Gods werkelijke bedoeling met deze uitspraak is verborgen in de woorden: in Hém uitverkoren ....

Dit spreekt dus meer over de locatie, zogezegd, waar het uitverkoren zijn manifest wordt.
Het is namelijk: in Christus.

Wanneer zijn wij uitverkoren? Als wij in Christus zijn.
En reeds lang geleden, reeds vóór de grondlegging der wereld, heeft God deze plaats in Christus reeds bepaald en heeft Hij vastgesteld dat een IEDER die zich door geloof daar vervoegen zal, metterdaad deel zal hebben aan het uitverkoren zijn.
ALLES wat Gods plan betreft, is mogelijk geworden IN en DOOR Jezus Christus.

Dezelfde uitgangspunten zijn ook van toepassing op vers 5: God heeft ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus.
Wie tot geloof komt wordt metterdaad een kind van God. Maar net zoals in de natuurlijke wereld er geen volwassen mensen worden geboren maar baby's, zo is er ook in het geestelijke leven een proces nodig dat ons tot geestelijke volwassenheid doet opgroeien. Wij zijn tevoren ertoe bestemd om op te groeien tot het zoonschap, in navolging van de Zoon Gods, en op die wijze door God ook te worden aangenomen in die status van volwassenheid. Dit heeft niets te maken met onze behoudenis voor de eeuwigheid, maar wel met onze geestelijke ontwikkeling en bestemming. Met andere woorden, hoe wij in de toekomst zullen mogen functioneren in Gods Koninkrijk, is het directe gevolg van de wijze waarop wij hier op aarde Jezus gevolgd hebben. God heeft voor ieder kind van Hem een speciale geestelijke bestemming, maar het is wel duidelijk dat niet ieder kind van Hem die bestemming ook ten volle bereikt.
En dit is dan precies hetgeen bedoeld werd door de apostel Paulus, toen hij schreef in Filippenzen 3:13-14:

Iedereen die door geloof Jezus heeft aangenomen, is daardoor een uitverkorene geworden.
Iedereen die tot Jezus is gekomen, heeft van God een nieuw (eeuwig) leven gekregen en is daardoor een geroepene (Romeinen 1:6) geworden.

Kiest God dan nooit mensen uit voor iets? Zal iemand vragen.
Welzeker. God kiest wel eens mensen uit, de Here Jezus ook. Als God dit doet, is het altijd met een speciale bedoeling. Hij koos Abraham om de vader van alle gelovigen te worden. Hij koos Mozes om Zijn volk uit Egypte te leiden. Hij koos David om een koning naar Zijn hart te zijn over Zijn volk. Hij had zelfs het volk Israël uitgekozen om een speciale plaats in te nemen temidden van de andere volken. Waren zij maar in het voetspoor van geloof van hun vader Abraham gegaan ......

Maar ook in het Nieuwe Testament kiest God nog steeds sommigen. Zo koos God ervoor om door een vrouw het eerste nieuws van Zijn opstanding te verkondigen. (Matteüs 28:7). En Hij verkoos Petrus om als eerste het evangelie aan mensen van een ander volk te verkondigen. (Handelingen 15:7). En God koos de christenvervolger Paulus juist om het evangelie specifiek aan de heidenen te verkondigen. (Handelingen 9:15).
Zelfs de Here Jezus koos, want zo lezen wij in Johannes 15:16:

En wat heeft dat dan te betekenen?
Welnu, toen Jezus rondging om het evangelie te prediken waren er vele scharen die Hem volgden en die in Hem geloofden. Maar er waren slechts 12 volgelingen (discipelen) die Hij zorgvuldig biddend had uitgekozen en die altijd dicht bij Hem waren en overal met Hem naartoe gingen. Die huis en haard verlaten hadden om Jezus te volgen. En één van hen was zelfs een verrader; maar ook die was bewust uitgekozen; want God kent alle harten.
Het is eigenlijk heel eenvoudig. Niet iedere gelovige wordt door God apart genomen om in de bediening van het evangelie te staan. God geeft wél de genadegaven (charisma's) van de heilige Geest aan iedere gelovige, maar Hij stelt niet iedere gelovige in een bediening.
Wij lezen in 1 Korintiërs 12:28:

Wij leggen hierbij dan de nadruk op het woord sommigen!

Maar ......
Horen wij dan vele gelovigen roepen die zichzelf vastbinden in de leer van de predestinatie.
Maar ..... het moet je toch wel gegeven worden hoor. Want van onszelf kunnen wij nooit tot geloof komen ..... het is een gave van God!

En deze denkwijze is dan geheel ontsproten aan de uitleg van Efeziërs 2:8, echter geheel onder de geestelijke druk van de predestinatieleer en geactiveerd door mensen die zelf de zekerheid des geloofs nooit hebben ontvangen.
En daarom wordt het hoog tijd om dit vers eens met geheel andere ogen te lezen en, ontdaan van alle predestinatie veronderstellingen wederom te funderen in de basisprincipes van het evangelie: Want alzo lief heeft God de wereld gehad .....
We nemen de tekst er even bij. Efeziërs 2:8-9:

Het probleem ontstaat mede doordat de meeste mensen niet verder citeren dan vers 8, en vers 9 geheel negeren. Wij behoren altijd ook de context in acht te nemen.
Door velen wordt aan de hand van dit vers dus gedacht dat het geloof om behouden te worden een gave van God is. Echter, de nadruk van dit vers ligt niet op het hebben van geloof, maar op het behouden worden. Wat is nu feitelijk de gave van God? De behoudenis! En hoe treed deze gave van behoudenis dan in werking? Door het geloof!
En de clou van deze uitleg is heel eenvoudig te vinden in het direct volgende: niet uit werken, opdat niemand roeme.

En dit is nu de reden dat wij ook de context moeten bestuderen. Want wat probeert de apostel hier nu duidelijk te maken? Dat wij niet behouden worden op grond van onze werken, maar op grond van ons geloof. Wij hoeven niet eerst bij God in een goed blaadje te komen om behouden te worden, ... nee,.... het is alles uit genade! En genade is iets wat je krijgt voor niets en waar je niet voor gewerkt hebt. Wij worden gerechtvaardigd op grond van ons geloof!
Niet uit werken. En waarom niet? Opdat niemand roeme. Dat wil zeggen dat niemand van ons iets te pochen heeft dat hij/zij de behoudenis zelf verworven heeft.
Is geloven dan ook niet een werk? Zal iemand vragen. Nee, geloven is een besluit dat je neemt om iets voor waar aan te nemen.

In principe kan ieder mens geloven. God heeft de mens geschapen met een eigen denksysteem. Wij hebben zelf hersens, zogezegd, en het is onverstandig die niet te gebruiken. Daarom zegt de Bijbel ook in Psalm 14:1:

God heeft de mens een geest gegeven. (Jesaja 42:5 en Zacharia 12:1). De mens heeft de mogelijkheid om zijn geest (gedachten) te onderzoeken en te leggen voor het aangezicht van God. Psalm 77:7b zegt:

Welnu, het mooie is nu dat als wij onze eigen gedachten bij God neerleggen, Hij ons tegemoet komt met Zijn gedachten. Want dit is het resultaat van de belofte, dat Hij Zijn Geest in ons doet wonen. En dát zal ons de zekerheid van het geloof geven.
Want dan zal het zijn zoals Romeinen 8:16 zegt:

Een fout die dikwijls gemaakt wordt is ook dat men de gave van geloof zoals genoemd in 1 Korintiërs 12:9 beschouwt als het geloof dat nodig is om behouden te worden. Niets is echter minder waar. In 1 Korintiërs 12 worden namelijk de uitingen van de heilige Geest beschreven, de zogenaamde charismata. De hier genoemde gave van geloof is dát geloof dat bovennatuurlijke wonderen bewerkt. De klassieke wonderen tijdens de bediening van de Here Jezus zijn hier de overduidelijke voorbeelden: Hij vermenigvuldigde brood en vis, Hij wandelde op het water, Hij gebood de wateren en winden, Hij liet Petrus een vis met goudstuk vangen, enz.
Dit waren allemaal gebeurtenissen waardoor God toonde dat de Zoon des Mensen heerschappij heeft over de natuurlijke elementen en heeft niets te maken met het geloof om behouden te worden.
Toch mogen wij van de behoudenis zelf zeggen dat het een groot wonder is. Het is het wonderlijk meewerkend antwoord van God op ons geloof.

In principe kunnen wij dus stellen dat er niemand verloren hoeft te gaan. Wij hebben in het begin van deze studie al gezien:

Maar ook deze uitspraak in de Bijbel moet in de context bestudeerd worden. En daarbij vinden wij dan ook de sleutel tot het gegeven dat er desondanks toch velen verloren gaan.
En hoe komt dat dan?
De Here Jezus geeft ons daar Zelf het duidelijke antwoord op. We lezen in Johannes 3:19 dat de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht. En waarom? Antwoord: hun werken waren boos. Conclusie in vers 20-21:

Nu is het wel zo, dat velen die vast zitten in de leer van de predestinatie niet tot de categorie behoren van hen die graag hun werken verborgen houden. Ook zullen er onder hen velen zijn die geen geloofszekerheid hebben, er dagelijks mee worstelen, en feitelijk wel kinderen van God zijn. Zij zitten vast in dogmatiek die nergens toe leidt en juist met deze bedoeling door de boze ontworpen is. De boze heeft in dit opzicht maar één doel, namelijk, voorkomen dat de Christus in de gelovigen geopenbaard wordt. Dat dit geen geringe invloed is, blijkt wel uit het feit dat er velen verstrikt zijn in deze predestinatie gedachten. Er zitten geestelijk krachten achter die de gelovigen trachten te onderdrukken en vast te binden in een passief en lijdzaam religieus bestaan.
Maar de Bijbel zegt:

En dit kwam uit de mond van de Zoon van God in hoogst eigen persoon. (Lukas 6:37).
Ook zal dit het enige recept zijn om uit de valstrik van predestinatie te ontsnappen.
Daarbij mag ook dit woord van de Zoon van God onze ondersteuning zijn, Matteüs 11:28:

 

Powered by Website Baker