Eigenschappen van God

Vraagstelling:

  • De satan kan onze gedachten niet lezen, wel beïnvloeden, maar is daar ook een bijbeltekst voor?
    Waar kun je dat in de bijbel vinden?

Er is niet een specifieke bijbeltekst aan te wijzen als antwoord op deze vraag.
Daar uit volgt logischerwijs dat dan de wedervraag gesteld moet worden: "Hoe weet je, dat de satan deze dingen niet kan als de Bijbel daar geen directe informatie over geeft?"
Gezien het feit dat de stelling wel waar is, zal het antwoord wellicht gevonden kunnen worden in opgebouwde geestelijke kennis en inzicht waardoor je intuïtief weet dat de satan dit inderdaad niet kan. En omdat het intuïtief is ontstaat wellicht daardoor het verlangen naar een bijbelse onderbouwing van deze kennis.
We zullen daarom het onderwerp van een andere kant belichten, zodat we daardoor helder gaan zien waar feitelijk onze kennis hieromtrent vandaan komt. Daarom gaan we in de eerste plaats vaststellen wat de belangrijkste eigenschappen en bekwaamheden van God zijn welke de satan absoluut niet heeft.
Dit zijn de zogenaamde 'omni' attributen:

  1. God is:  omni-preasens
  2. God is:  omni-potens
  3. God is:  omni-scienta

God is omnipreasens, alomtegenwoordig.
Dat wil zeggen dat Hij overal, in hemel en op aarde, waar je maar kunt bedenken, de AANWEZIGE is. Het wil ook zeggen dat Hij niet slechts op één plaats tegelijk kan zijn, maar Hij kan op alle plaatsen tegelijk zijn. Omni ... dus.
Gods persoonlijkheid wordt niet gelimiteerd door ruimte, Hij heeft ook geen afmetingen. Tijd en ruimte zijn niet van invloed op Hem. Hij kan niet door mensen in Zijn bewegingen beperkt worden wanneer zij voor Hem een woning (tempel) maken, zelfs de hoogste hemelen kunnen Hem niet bevatten. (1 Koningen 8:27). Het komt er eigenlijk op neer dat de persoon God niet in dimensies uitgedrukt kan worden.

Psalm 139:7-10:

  • Waarheen zou ik gaan voor uw Geest,
  • waarheen vlieden voor uw aangezicht?
  • Steeg ik ten hemel – Gij zijt daar,
  • of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde – Gij zijt er;
  • nam ik vleugelen van de dageraad,
  • ging ik wonen aan het uiterste der zee,
  • ook daar zou uw hand mij geleiden,
  • uw rechterhand mij vastgrijpen.

In Deuteronomium 4:7 lezen wij:

  • Immers welk groot volk is er, waaraan de goden zó nabij zijn als de HERE, onze God, telkens als wij tot Hem roepen?

En hierin schuilt dan het geheim van Gods tegenwoordigheid. Hij is de grote Aanwezige die manifest wordt aan allen die tot Hem roepen. En hierbij moeten wij weten dat dit roepen dient te geschieden 'in en door de Naam van Jezus' want God heeft er nu juist voor gekozen om Zich volledig te openbaren in Zijn zoon Jezus Christus, zoals wij lezen in Kolossenzen 1:19:

  • Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken,...

God is omnipotens, almachtig.
Dit betekent eenvoudigweg dat God alle macht heeft in hemel en op aarde en in staat is om alles tot stand te brengen zonder beperkingen en zonder moede of mat te worden. Hij is de ALMACHTIGE.
In Zijn kracht vindt de mens daarom ook de voorzieningen om door te kunnen gaan wanneer zijn eigen krachten het begeven en de mogelijkheid om te putten uit een onuitputtelijke bron.

We lezen in Jesaja 40:29-31:

  • Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte.
  • Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen,
  • maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

We moeten ons hierbij wel realiseren dat God Zijn kracht en almacht niet gebruikt te pas en te onpas. Iemand heeft eens gedefinieerd dat God omnipotens betekent dat Hij al Zijn heilige wil doet. Hij doet dus de dingen die Hij wil, en niet de dingen die Hij niet wil, zoals de zonden en het bewerken van het kwade.

In Job 42:2 staat het zo beschreven:

  • Ik weet, dat Gij alles vermoogt, (KJ: can do)
  • en dat geen uwer plannen wordt verijdeld.

En ook dit vindt in de tegenwoordige tijd uiteraard weer de volkomen vervulling in het evangelie van Gods zoon Jezus Christus, zoals Hij ook gezegd heeft in Matteüs 28:18b:

  • Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.

Waarbij ook hier weer van toepassing is dat Gods almacht in Jezus Christus volmaakt en zuiver is en daarom aangewend wordt om de wil van God de Vader tot stand te brengen, namelijk, de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk der Hemelen op dezelfde wijze als ook Jezus het heeft voorgedaan.

God is omniscienta, alwetend.
Hij is ook de ALWETENDE. In God is al de kennis en wijsheid verborgen die men zich maar kan voorstellen. Er is niets in de gehele schepping dat niet ontsproten is aan de gedachten van God. Hij kent Zichzelf en alles dat ooit was en is en zijn zal. Er is geen beperking aan Zijn kennis. Bovendien is Hij volmaakt in kennis. Hiervan spreekt de Bijbel in Job 47:16:

  • Begrijpt gij iets van ......,
  • de wonderwerken van de Volmaakte in kennis,

God kent niet alleen allen 'dingen' door en door, Hij kent ook de harten van Zijn schepselen door en door. In 1 Johannes 3:20b zegt de apostel dat:

  • .... God meerder is dan ons hart en kennis heeft van alle dingen.

Als God en Schepper staat Hij boven alles. Er is niets voor Hem verborgen en er kan niets voor Hem verborgen gehouden worden. Over de gedachten van de mens sprak de heilige Geest door Zijn dienstknecht David, in Psalm 139:1-6:

  • HERE, Gij doorgrondt en kent mij;
  • Gij kent mijn zitten en mijn opstaan,
  • Gij verstaat van verre mijn gedachten;
  • Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
  • met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd.
  • Want er is geen woord op mijn tong,
  • of, zie, HERE, Gij kent het volkomen;
  • Gij omgeeft mij van achteren en van voren
  • en Gij legt uw hand op mij.
  • Het begrijpen is mij te wonderbaar,
  • te verheven, ik kan er niet bij.

Op meer dan buitengewone wijze heeft de zoon van God, Jezus Christus, door de heilige Geest getoond hoezeer God kennis heeft van alle harten. Meerdere malen lezen wij in de evangeliën dat Hij hun harten kende, hun motieven doorzag, hun plannen wist, en bovendien kon Hij door de heilige Geest 'zien' of iemand geloof had om een wonder te ontvangen.
Het primaire doel van het evangelie en de prediking van het Woord van God is dat de verborgenheden en raadslagen van de harten der mensen openbaar worden. Het verborgene moet aan het licht gebracht worden.

Romeinen 8:27 zegt:

  • En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes,....

En 1 Korintiërs 4:5:

  • Daarom, velt geen oordeel vóór de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God.

De verborgenheden in het hart van de mens.
Als het gaat om het kennen van het hart van de mens, dan mag het ons duidelijk zijn dat er in de gehele schepping slechts twee personen zijn die van ieder persoonlijk het diepst verborgene van het hart kent. Dat is in de eerste plaats natuurlijk God, en in de tweede plaats de betreffende mens zelf. We lezen in 1 Korintiërs 2:11:

  • Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is?

Met dezelfde intentie zegt het Woord hier ook dat niemand weet wat in God is dan alleen de Geest van God, en – wat heel belangrijk voor ons is – wie de Geest het openbaart.
Het is van belang om dit betreffende bijbelgedeelte eens aandachtig in ons op te nemen.
We nemen hiervoor de verzen uit 1 Korintiërs 2:10-16:

  • Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest.Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
  • Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.
  • Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
  • Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
  • Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
  • Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
  • Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.

Wij leren dus hieruit dat hoewel alleen de Geest Gods weet wat er in het diepst van Gods hart is, het geopenbaard kan worden door de Geest aan hen die God liefhebben. In de eerste plaats betreft dat natuurlijk zaken die met de openbaring van het evangelie Gods te maken hebben. Het was echter ook door de gaven van buitengewone kennis door de heilige Geest dat de Here Jezus de harten kende van de mensen met wie Hij te maken had. Bovendien woont dezelfde heilige Geest in de harten van gelovigen, hetgeen betekent dat Hij daardoor aan ons dezelfde buitengewone kennis door openbaring deelachtig wil maken. Dit kan uiteraard betekenen dat gelovigen, dienstknechten van God, door de heilige Geest geleid, de raadslagen van mensenharten aan het licht kunnen brengen.
Dat deze gaven uitsluitend werkzaam kunnen zijn door de heilige Geest, verzekerd ons ervan dat noch satan, noch enig ander verduisterd en boos wezen, in staat zullen zijn om de raad Gods te bevatten of te weten, want wie ongeestelijk is, d.w.z. niet het geestelijke leven in Christus ontvangen heeft, kan niet verstaan hetgeen van de Geest Gods is. Bovendien zal de heilige Geest Gods nooit en te nimmer connectie hebben met wie niet gekocht en betaald en gereinigd is met het bloed van het Lam. Het licht heeft geen gemeenschap met de duisternis.

De huidige eigenschappen en positie van satan.
Tegenover de buitengewone en niet te evenaren omni eigenschappen van God, staat daar dus in schril contrast een wezen dat eens als een bijzondere engel geschapen was en door de hoogmoed en rebellie tegen de Almachtige ontdaan is van alle luister en heerlijkheid, alle schoonheid en wijsheid en bovendien ontdaan van de aanwezigheid en zalving van de heilige Geest zodat hij geheel verduisterd in het verstand tracht te bewijzen dat hij nog iets is, terwijl hij in het geheel niets meer is, maar slechts in afwachting is van de definitieve voltrekking van zijn lotsbestemming die al geheel vaststaat door het eeuwige en volmaakte oordeel over de zonde welke tot stand gebracht is aan het kruis van Golgotha.
Aangezien zijn plaats in de hemel niet meer wordt gevonden en hij geen communicatie meer heeft met de heilige God, gaat hij in paniek rond op de aarde, zoekende wie hij kan verslinden.

Lukas 10:18:

  • En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.

Johannes 12:31:

  • Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden;

Wij moeten ons hierbij wel realiseren dat hoewel de satan reeds verduisterd is in het verstand en verstoken van de raad Gods, hij in aanvang als schepsel van God wel een bepaalde intelligentie heeft meegekregen welke hij, verdorven door het kwaad, ook in tegenwoordige tijd weet aan te wenden om met slinkse streken te trachten de gelovigen te misleiden. Dat wij dit niet moeten onderschatten blijkt wel uit de vele waarschuwende woorden van de Here Jezus Christus en ook de apostelen. Daarbij moeten wij ons er ook goed van bewust zijn dat hij net zoals ieder ander persoon in staat is om een leerproces te ondergaan en zich voortdurend te bekwamen in zijn slinksheid. Waar wij als mens een leven van slechts 80 tot 100 jaar hebben om te groeien in levenservaring en wijsheid van God, is hij daarentegen als onsterfelijk geestelijk wezen al vanaf de dag van zijn nederlaag aan het kruis, bezig om de gelovigen te bestuderen en zodoende verderfelijke kennis te vergaren en op te bouwen hoe de gelovigen ten val te brengen zijn. Dat hij hierin redelijke vooruitgang heeft geboekt blijkt wel uit de geschiedenis van het Christendom en bovendien uit de aanwezigheid van de vele en intense misleidingen die er heden ten dage zijn.
Hoewel hij niet beschikt over 'omni' eigenschappen, is hij wel degelijk in staat het gedachteleven van mensen te bespelen, te manipuleren, en tenslotte te beheersen. Er is een geestelijk gebied waar hij kennelijk (nog) vrij spel heeft en door de Here Jezus aangeduid werd als 'de wereld'. Hierover lezen wij in de brief aan de Efeziërs, hoofdstuk 2:1-3:

  • Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden,
  • waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,
  • – trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns –,

Als overste van de macht der lucht, of 'god dezer eeuw' zoals hij genoemd wordt in 2 Korintiërs 4:4, heeft hij dus nog ruimschoots de gelegenheid om te beïnvloeden wie zich niet in Christus hebben laten onttrekken aan zijn boze spel. Hele volken zijn echter een speelbal van de machten der duisternis die niet sommigen maar velen totaal in hun grip hebben. Wij hoeven er geen twijfel over te hebben dat de satan goed op de hoogte is van wat er in zijn eigen hart speelt en ook wat er in het hart is van alle wereldgeesten die onder zijn bewind staan. Maar in dit alles zijn wij ervan verzekerd dat ook God in zijn omni-scienta het weet en het bovendien, als het nodig is, openbaart aan zijn dienstknechten. Om die reden kon ook de apostel Paulus hierover schrijven in 2 Korintiërs 2:10b-11:

  • .... opdat de satan op ons geen voordeel mocht behalen.
  • Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.

Uit het feit dat de satan weet wat er in zijn eigen hart is, en goed op de hoogte is van wat hij zelf bedenkt, kunnen wij daarom concluderen dat hij dus ook precies weet wat er speelt in het gedachteleven van mensen die onder het beslag zijn van wereldgeesten, om de eenvoudige reden dat hij dat er namelijk zelf in gepropt heeft. Hij weet uitermate goed hoe 'de wil van het vlees en de gedachten' zich los van God kunnen manifesteren en weet hier dus op slinkse wijze op in te spelen.

De weg tot overwinnend geestelijk leven.
Maar hoe zit het dan met de gelovige mens? ... zal iemand vragen.
En hiermee zijn wij dan tevens aangeland bij het levenswerk van de christen, namelijk, te leren niet meer naar het vlees te leven maar naar de Geest.
Het mag duidelijk zijn dat van de wedergeboren mens het nieuwe hart (geest) uit Christus geboren is en in Christus geplaatst is in de hemelse gewesten van God en niet die van de satan. Hier heeft de satan dus geen mogelijkheid om de gelovige te infiltreren. Echter daar waar het gedachteleven het spel tussen vlees en geest ondergaat, bevindt zich tevens het slagveld waar de boze tracht de gelovige in het verderf te storten door zich op slinkse wijze aan te sluiten bij de vleselijke begeerten, of de gelovige ongeestelijke of menselijke raad voor ogen te houden die zo aannemelijk en schijnbaar wijs en goed lijkt, dat deze mens daardoor misleid wordt en evenzo buiten de raad Gods komt te staan.
God echter, heeft in zijn grote wijsheid de gelovige mens een gereedschap aangereikt welke in de ogen van velen een dwaasheid lijkt maar voor degene die gelooft de wijsheid van God zal blijken te zijn. Waar echter de gelovige in staat is om met God te communiceren in 'het geheim' op zodanig wijze dat zelfs zijn of haar verstand er in eerste instantie geen deel aan heeft, daar heeft ook de satan geen mogelijkheid om er ook maar één letter van zijn ongeestelijke raad tussen te wringen. Wanneer dan de gelovige bidt in de taal die de heilige Geest als Gods persoonlijke geschenk aan iedere gelovige geven wil, wordt hierdoor de weg gebaand tot een geestelijk stabiel en overwinnend leven.

1 Korintiërs 14:2:

  • Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de Geest spreekt hij geheimenissen.

1 Korintiërs 14:4:

  • Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf,...

Efeziërs 6:17:

  • .... en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes,
  • dat is het woord van God.
  • En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest ...