Leiderschap

 

Vraagstelling:

Op deze vraag kan zowel bevestigend als ontkennend geantwoord worden.
Ja, vrouwen en geestelijk leiderschap kunnen samen gaan.
Nee, vrouwen en geestelijk leiderschap kunnen niet samen gaan.
De sleutel die wij hierbij moeten hanteren is wel de omstandigheid waarin zich het leiderschap voor zou kunnen doen.
In principe, en vanuit het evangelie beschouwd, kunnen wij stellen met de woorden van de apostel Paulus in 2 Korintiërs 5:16-17:

En vervolgens in Galaten 3:26-28:

Door het evangelie zijn in principe alle mensen gelijkwaardige personen geworden, waarbij de afkomst naar het vlees in het geheel niet van belang is. Bij God is daarom ook geen aanzien des persoons. Wij zijn nieuwe scheppingen geworden die ‘naar de geest’ mogen leven in de nieuwe scheppingsorde van God. Deze vrijheid betekent echter niet dat wij ons daarom alles kunnen permitteren. Zolang wij in ‘deze tent’ leven, het lichaam dat door God geschapen is volgens de eerste scheppingsorde, hebben wij ook de regels te respecteren die God aan deze scheppingsorde verbonden heeft.
Deze regels zijn niet zomaar ‘wetten’ die in een vaag verleden zijn ingevoerd en waarbij velen zich afvragen of die nog wel van toepassing zijn in deze tijd. Nee, deze regels vinden hun wortels in ‘de natuur’ van de mens zoals God die in aanvang geschapen heeft.
En dat is dan precies de reden dat wij niet alleen moeten ‘erkennen’ dat er natuurlijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen, maar dat wij deze natuurlijke verschillen ook moeten respecteren en waarderen.
Het belangrijkste verschil tussen man en vrouw is wel dat, zoals iedereen wel weet, de man rationeler is dan de vrouw, terwijl de vrouw een veel actiever gevoelsleven heeft dan de man.
Wij doen er goed aan om ons af te vragen met welke bedoelingen God dit zo in de mens gelegd heeft, om vervolgens door navolging van Gods bedoelingen deze scheppingsorde volledig tot zijn recht te laten komen.

Toen God de mens schiep, en de man als het hoofd van deze twee-eenheid de instructie gaf niet van de verboden vrucht te eten, had deze man als ‘leider’ de verantwoordelijkheid om deze instructie te waarborgen. De vrouw, die deze instructie niet rechtstreeks van God had ontvangen maar zich veilig had moeten stellen in het leiderschap van haar man, liet zich door de verleiding meeslepen in het spel van haar zintuigen die niet geworteld waren in het Woord van God. Het ‘omgekeerde’ rollenpatroon dat daarop volgde maakte de ‘val’ compleet. De vrouw die als gevolg van haar zintuiglijk reageren de leiding ontfutselde aan haar man, die zich dit ‘liet’ ontfutselen, zette hiermee een trend in die velen vandaag nog steeds navolgen.

Het is dit klassieke voorbeeld uit de Bijbel waarnaar door de apostel Paulus wordt verwezen als ook hij in zijn tijd wordt geconfronteerd met de vraag of een vrouw mag onderwijzen en/of gezag mag hebben.
Zijn antwoord is vandaag de dag zowel een rots om op te bouwen als wel een steen des aanstoots in 1 Timoteüs 2:11-14a:

We zien in deze uitspraak van de apostel dus niet een reglement dat gebonden is aan tijd en cultuur, maar een verwijzing naar de Bijbelse scheppingsorde.

Bij dit gegeven hoeven wij niet de gedachte te laten postvatten dat God ervoor zou kiezen om alleen maar door mannen heen te werken, terwijl de vrouwen zich rustig moeten houden.
Integendeel. Het evangelie heeft er juist voor gezorgd dat er een doorbraak kwam in de onderlinge verhoudingen. Het was juist een vrouw aan wie de Here Jezus zich als eerste vertoonde na zijn opstanding, en het was juist een vrouw door wie als eerste het evangelie van zijn opstanding verkondigd mocht worden.
De rijkdom van het evangelie betekent dat de Geest des Heren vaardig kan worden over iedereen, er is geen aanzien des persoons. De belofte was dat de Geest uitgestort zou worden op ‘alle vlees’; mannen zowel als vrouwen, heren zowel als slaven, zonen en dochters, jongeren en ouderen, hen die dichtbij waren (Israëlieten) en hen die veraf waren (andere volken).

Als wij deze verschillende aspecten in ogenschouw nemen, dan mogen wij concluderen dat het werk dat God wil doen door een ieder van zijn kinderen, geheel volgens Zijn wil in een bepaalde context gemanifesteerd mag worden. Dit betekent dus dat mannen leiding mogen geven in een context (omstandigheid) die voldoet aan de normen die door God daarvoor gesteld zijn. En vanzelfsprekend geldt dit ook voor vrouwen. Zij mogen leiding geven in de context die voldoet aan de normen die God gesteld heeft. In het algemeen zal dit er op neer komen dat vrouwen die leiding geven, dit specifiek mogen doen ten aanzien van andere vrouwen en vanzelfsprekend ook kinderen, zoals de Bijbel ons ook leert in Titus 2:1-5:

Naast de belangrijke oproep om uit te komen voor hetgeen met de gezonde leer strookt, wordt de vrouw in dit verband volledig vrijgesteld om het goede te onderwijzen, uiteraard in de juiste maatschappelijke context.

Waar het om gaat in al deze zaken is dat de gemeente Gods een voorbeeld functie heeft te vervullen temidden van een ontaard en verkeerd geslacht. Vandaar ook in bovenstaande tekst de afsluitende woorden: opdat het woord Gods niet gelasterd worde. Het is duidelijk dat vormen van rebellie niet passen in het huisgezin Gods.

Als wij het Nieuwe Testament er op naspeuren dan komen wij een rijke schakering van situaties tegen waarin vrouwen door God op bijzondere wijze gebruikt werden. We zagen al het voorbeeld van de eerste boodschapster van de opstanding. Maar ook komen wij 4 dochters van de evangelist Filippus tegen, die alle vier ‘profetes’ zijn. Een profetische bediening dus. (Handelingen 21:9). Verder komen wij een echtpaar tegen dat samen in een bediening staat: Priscilla en Aquila, die als een wonderlijke twee-eenheid de weg Gods uitlegden aan hem die daarvoor door God op hun weg gebracht was. (Handelingen 18:26).

Wat wij vooral voor ogen moeten houden is de geweldige vrijheid die de Geest des Heren gebracht heeft in het evangelie, en daarnaast de blauwdruk welke God in het Nieuwe Testament voor zijn gemeente heeft afgebeeld.
Daarin valt dan vooral op dat waar het leiderschap betreft, de Here Jezus zelf het voorbeeld gegeven heeft door ‘in de gemeente’ alleen mannen aan te stellen als apostelen. In dit zelfde voetspoor ging ook de apostel Paulus die duidelijke instructies gaf aan zijn medewerkers dat zij in de gemeenten als oudsten moesten aanstellen: mannen …. en dan volgt er een serie kwalificaties waar deze mannen aan moesten voldoen. (Titus 1:6).

Waar wij vandaag de dag moed voor nodig hebben is vooral om de structuur te waarborgen die God in Zijn Woord heeft aangereikt, als blauwdruk en richtlijn in Zijn gemeente. En het gaat hierbij niet alleen om de posities of functies die ingenomen worden door mannen en vrouwen, maar het gaat er hierbij vooral om juist die plaats in te nemen die God voor een ieder van ons persoonlijk heeft.
In het algemeen kunnen wij stellen dat in het huisgezin Gods er velen functioneren in posities of bedieningen waar God zelf hen niet in gesteld heeft. Naast het feit dat dit voor enorme verwarring zorgt, heeft dit vooral een tweeledig negatief effect. Ten eerste komt de persoon die deze positie inneemt niet tot zijn of haar recht ten aanzien van Gods plan met zijn of haar leven. En ten tweede houdt deze persoon een plaats bezet waardoor een ander lid van het lichaam van Christus niet tot zijn of haar recht komt.
Een dergelijke situatie kunnen we metterdaad beschouwen als een herhaling van de gebeurtenissen in Genesis, waar de vrouw de leiding aan haar man ‘ontfutselde’ en zo letterlijk en figuurlijk dit tweeledige negatieve effect over hen beiden haalde.

Resumerend mogen we concluderen dat er een breed scala aan geestelijke gaven en werkingen voor handen is die in iedere gelovige gemanifesteerd kunnen en mogen worden. Zie 1 Korintiërs 12:7:

Iedere gelovige heeft dus de mogelijkheid en de opdracht om te streven naar de gaven van de Geest (1 Korintiërs 14:1). Maar niet iedere gelovige wordt door God geroepen en aangesteld in een bediening. Daartoe heeft God ‘sommigen’ uitgekozen (1 Korintiërs 12:28). En het is dus duidelijk dat Hij hierbij Zijn scheppingsorde als veilige kaders hanteert.
Bij ieder van ons persoonlijk ligt dan de uitdaging en de verantwoordelijke taak om te ontdekken op welke manier wij zelf mogen functioneren met in acht neming van deze scheppingsorde en die dan ook op de juiste wijze toepassen.
Alleen op deze wijze zullen wij er van verzekerd zijn dat Gods plannen volledig en heerlijk tot bloei zullen komen in Zijn Gemeente.

Powered by Website Baker