Dopen voor de doden

 

Vraagstelling:
In 1 Korintiërs 15:29 is sprake van hen die zich voor de doden zouden laten dopen. Was dat een gebruikelijke gang van zaken in die tijd? Dopen is toch een strikt persoonlijke zaak?

1 Korintiërs 15:29:

Dit bijbelvers staat bekend als één van de moeilijkste en meest vage uitspraken die wij in de leer van het Nieuwe Testament aantreffen. Om die reden zijn er vele veronderstellingen en exegeses ontstaan die ieder hun eigen visie hierop weergeven.
De reden hiervan is dat er geen overlevering bekend is over een gebruik of ritueel waar dit bijbelvers kennelijk op doelt. En hierin ligt dan ook tevens de sleutel van ons onderzoek naar de betekenis hiervan. Juist het feit dat er niets over bekend is, vertelt ons klip en klaar dat het hier dus niet om een fundamentele leerstelling van het evangelie gaat. Het komt in alle andere onderwijzingen omtrent de christelijke doop niet voor, het is blijkbaar meer een zijdelingse opmerking van de apostel Paulus. Het is een bijbels principe dat iedere leerstelling bewezen moet worden door tenminste twee of drie schriftgedeelten. Dit is het principe van de 'twee of drie getuigen'. Elk profetisch getuigenis bestaat uit minstens twee. Dit principe komen wij in de gehele Bijbel tegen. Ook de Bijbel zelf bestaat uit twee getuigen ..... het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond (testament).

Als wij de persoon Paulus bestuderen, komen wij tot de ontdekking dat hij niet alleen doorkneed was in de Schriften, maar dat hij ook een filosoof en een redenaar was. Dit wordt al snel heel duidelijk als wij de brief aan de Romeinen goed tot ons door laten dringen. Het hele leerstuk in deze brief is een aaneenschakeling van filosofische redeneerkunst. En juist omdat velen deze redeneerkunst niet goed kunnen vatten blijven zij steken in bijvoorbeeld Romeinen 7 vers 23, 'ik ellendig mens', zonder dat men de zegen en rijkdom van de daarop volgende verzen weet te verwerken.

Bij het lezen van de betreffende verzen in 1 Korintiërs 15, moeten wij daarom ook de geïntegreerde redeneerkunst van de apostel trachten te verstaan. Bovendien moeten wij ook, zoals dat altijd moet bij het lezen van de Bijbel, de zaken in contextueel verband beschouwen.
In dit bijbelgedeelte ligt de nadruk namelijk niet op onderwijs aangaande dopen, maar op het onderwijs aangaande de opstanding. Er waren namelijk lieden die beweerden dat er geen opstanding is. Vanaf vers 12 houdt de apostel hier dus een uitgebreide redevoering met een ironische ondertoon over de opstanding en tracht hierbij aan te tonen hoe inconsequent en belachelijk het is om wel in Christus te geloven en je te laten dopen, maar daarbij niet in de opstanding te geloven. En als wij geloven dat wij met Christus gestorven, begraven, èn opgestaan zijn, dan behoren wij dus tot de levenden en niet tot de doden. En wat willen dan die lieden eigenlijk beweren die zich wel laten dopen maar niet in de opstanding geloven? Die laten zich dus kennelijk 'voor de doden' dopen. Hierbij ervan uitgaande dat het dopen, omdat het een openbare aangelegenheid is, behalve een leerstelling ook nog een proclamatie is waarbij wij aan 'de levenden en de doden' laten zien dat wij met Christus gestorven, begraven, en opgestaan zijn.
De consequentie van het niet geloven in de opstanding is dus vanzelfsprekend dat je niet gelooft dat er 'levenden' zijn, dus zijn er alleen maar 'doden'.

In de tijden na Paulus zijn er wel rituelen ontstaan dat men zich inderdaad liet dopen 'in de plaats van' een ander die wel tot geloof gekomen was, maar nog ongedoopt was gestorven.
Wellicht is een dergelijk ritueel ontstaan omdat men toen ook al niet goed begreep wat de apostel bedoelde, of doordat onjuiste leringen omtrent dopen zich desondanks hadden verbreid. Dit is wel zeer aannemelijk gezien ook het feit dat juist met betrekking tot het dopen er vele misvattingen en verkeerde gebruiken het christendom zijn binnengeslopen, waar wij heden tendage nog steeds de wrange gevolgen van ondervinden.
Ten enenmale blijft daarom dit fundament der waarheid overeind, ondersteund door meerder schriftuurlijk bewijs:
Handelingen 8:36b-37a:

Marcus16:16:

 

Powered by Website Baker