Vraagstelling:

  1. Wie zette David aan om een volkstelling te houden?
    - God ( 2 Samuël 24:1 )
    - Satan ( 1 Kronieken 21:1 )

  2. Wat was de uitkomst van die volkstelling?
    - Achthonderdduizend weerbare mannen die de wapens konden hanteren ( 2 Samuël 24:9 )
    - Eén miljoen honderdduizend mannen die de wapens konden hanteren ( 1 Kronieken 21:5 )

  3. Hoeveel manschappen werden er gevonden in Juda?
    - Vijfhonderdduizend ( 2 Samuël 24:9 )
    - Vierhonderd zeventigduizend ( 1 Kronieken 21:5 )

  4. David mocht kiezen: hoeveel jaar hongersnood?
    - Zeven ( 2 Samuël 24:13 )
    - Drie ( 1 Kronieken 21:12 )

Antwoord:

De Bijbel is een samenstelling van geschriften welke tot stand zijn gekomen in een periode van meer dan 18 eeuwen. Vele schrijvers hebben een aandeel gehad in dit proces. Het bestaat uit geschriften van diverse aard zoals geestelijke openbaringen, geschiedkundige verslagen, geslachtsregisters, gedichten en liederen, getuigenissen en profetische uitspraken.
Men kan van de Bijbel niet zeggen dat deze door God zelf is geschreven. Het is door mensen geschreven. Maar het belangrijke hierbij is, dat deze mensen door de heilige Geest werden gedreven en geïnspireerd.

2 Petrus 1:20-21:

Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

2 Timoteüs 3:16: (SV)

Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;

De geschriften van de Bijbel zijn dus deels geïnspireerd geschreven en deels gedicteerd als gevolg van de gedrevenheid door de heilige Geest. Dit laatste voornamelijk de profetische geschriften. Dat er zoveel verschillende mensen uit verschillende tijden en met verschillende achtergronden aan gewerkt hebben, is mede de reden dat het een veelkleurig boek is geworden. Desondanks is het een groot wonder van God dat de kern van de zaak, de boodschap van verbond, verzoening en redding, de profetieën en hun uitkomsten, met zoveel eenstemmigheid en waarheid naar voren komen.
De Bijbel is niet samengesteld als een perfect chronologisch verslag. Sommige zaken staan kris kras door elkaar, hier wat, daar wat. Ook is de Bijbel niet gegeven als wetenschappelijk en logisch bewijsmateriaal of om de bekwaamheid van de schrijvers aan te tonen. Het is ook geen boek van systematische theologie, maar het verslag van Gods openbaringen aan de mensen en zijn handelen door de eeuwen heen.
Hierdoor kan het ook komen dat dezelfde geschiedenissen, door verschillende mensen opgetekend, hier en daar verschillen vertonen die te maken kunnen hebben met de verschillende inzichten aangaande situaties, zoals God die aan ieder afzonderlijk op eigen wijze gegeven heeft. En uiteraard kan het ook zijn dat door de heilige Geest gedreven de ene schrijver het accent legt op een bepaald facet uit de gebeurtenis en de andere schrijver het accent legt op een ander facet uit dezelfde gebeurtenis. Dit verschijnsel komen wij ook in de Evangeliën tegen, om welke reden het goed is om eens alle Evangelie verhalen naast elkaar te leggen en zo een totaalbeeld te verkrijgen van de gebeurtenissen.

In het Oude Testament zijn de teksten van 2 Samuel 24: 1 en 1 Kronieken 21:1 een typisch voorbeeld van zulke verschillen. Daarbij komt dat de wijze van vertalen de ogenschijnlijke tegenstelling nog kan vergroten, waardoor het inzicht dat wij zouden moeten verkrijgen juist daardoor vertroebeld wordt.
Maar in de eerste plaats moeten wij ons realiseren dat in de tijd vóór het volbrachte werk aan het kruis van Golgotha, er in de geestelijke wereld nog geen scheiding was tussen de verschillende machten en krachten. Er was zo gezegd nog geen scheiding tussen licht en duisternis, zoals wij die nu in de bedéling van het Evangelie van Jezus Christus wèl mogen gewaarworden.
Lukas 10: 19-19:

En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen.

Wij kunnen aan de hand van dit gegeven dus vaststellen dat nu de geestelijke omgeving van God 'geschoond' is van de machten der duisternis, de rebellerende geesten die onder de leiding van de satan zich gekeerd hebben tegen God.
Onder het oude verbond was deze situatie dus anders. Zo zien wij dat in Job 1 vers 6 e.v. de satan voor de troon van God kon verschijnen om met Hem te communiceren. Die mogelijkheid heeft hij dus nu niet meer. Zijn werkterrein is nu beperkt tot de aarde en hij gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden. ( 1 Petrus 5:8 ).

Een zelfde soort voorbeeld vinden wij ook in de situatie van koning Saul, in 1 Samuël 18:10 waar wij lezen dat een boze geest Gods hem aangreep. Hierbij moeten wij wèl begrijpen dat wegens de afwezigheid van scheiding in de geestelijke wereld, alle geestelijke wezens werden beschouwd als bij God behorend. Er staat in deze tekst niet dat het de Geest Gods was, maar een boze geest van God. Door God beschikt, zo te zeggen. Dus niet Gods Geest zelf.
Dit nuance verschil wordt voor ons onduidelijk door een zogenaamd Hebreeuws idioom, een zienswijze waarbij men ervan uitgaat dat als iemand iets toelaat, het ook aan die persoon toegeschreven kan worden alsof hij het zelf heeft gedaan.
Maar niet alleen het Hebreeuwse denken kent zulke zienswijzen, ook in ons eigen Nederlandse denken komen dergelijke benaderingswijzen voor. Als in ons land een politieagent iets verkeerds doet wat uitgebreid in het nieuws komt, is de eerste persoon die hiervoor verantwoordelijk wordt gehouden, de minister van justitie. Ook al weet hij nergens van, en kan hij onmogelijk alles weten wat zijn personeel doet of laat, het wordt hem wel aangerekend alsof hij het zelf gedaan zou hebben.

En zo mogen wij ook de tekst uit 2 Samuël 24:1 lezen:

De toorn des HEREN ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda.

Maar hier moeten wij ook een kort moment stilstaan bij de vertaling. Als er staat 'Hij' zette David op...
Het zelfde Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt in 1 Kronieken 21:1 waar het vertaald is als 'hij' zette aan...
Dit Hebreeuwse woord is in feite een causatief werkwoord in de 3e persoon enkelvoud.

Maar belangrijk in dit verband is dat er staat dat 'de toorn des Heren ontbrandde'.
Wat wij nu hierbij moeten begrijpen is dat 'de toorn des Heren' dikwijls betekent dat God de betreffende persoon of het betreffende volk 'overgeeft' in de handen van vijanden. We zien dat bij het volk Israël dikwijls in natuurlijke zin, dat zij overgegeven werden aan de macht van de volken rondom hen. Maar ook tijdens de jaren in de woestijn werden zij diverse malen 'overgeven' aan de machten van de boze, in de vorm van ziekten zoals melaatsheid, slangebeten, en dergelijke. Het was niet God zelf die het feitelijk deed, maar het was wel God die hen er aan overgaf. Het was een toelating dus. En om die reden wordt het toegeschreven aan God zelf.
Dit was ook zo in het geval van Job. Het was Gods toelating, maar in het eerste hoofdstuk zien wij heel duidelijk dat het feitelijk de satan was die de actie uitvoerde.
Ook in het Nieuwe Testament zien wij dit principe naar voren komen en wel in Romeinen 1 vers 18 en ook vers 28 waar het volgende staat:

Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden,...
En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt:...

Dit overgegeven zijn is eigenlijk niets anders dan dat de mens een prooi is geworden van de machten der duisternis. Uiteraard is daar altijd een grondige reden voor. God geeft niet zomaar een volk of personen over aan de duisternis. Dat in 1 Samuël 24 vermeld wordt dat Gods toorn ontbrandde, zal ongetwijfeld een goede reden hebben gehad die ons hier niet verteld wordt. Dat daardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan blijkt uit het feit dat niet het volk maar de koning in verzoeking komt tot het uitvaardigen van een besluit dat God niet bedacht heeft maar David ingefluisterd werd door een 'tegenstander', want dat is de feitelijke betekenis van het woord 'satan'.

Maar er is nog een andere belangrijke reden waarom deze zaken op deze wijze beschouwd worden. Er is namelijk geen andere God dan één. Als de satan geheel zelfstandig kon opereren dan zou daardoor gedacht kunnen worden dat hij zelf god is; en dat kan natuurlijk niet. Er is maar één God de Allerhoogste, en alles is, of wordt, aan zijn voeten onderworpen.

En in dit proces zitten wij nu, de gelovigen van het nieuwe verbond. Jezus is afwachtende totdat al zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. ( Hebreeën 10:13 ).

Dit nu is de situatie onder het Nieuwe Verbond, de situatie waar wij ons in bevinden. Er is scheiding tot stand gekomen, wij hebben macht ontvangen om op slangen en schorpioenen (de machten der duisternis) te treden, en op die wijze maakt de heilige Geest Gods al de vijanden van Jezus tot een voetbank voor zijn voeten, totdat ook laatste vijand, de dood, is overwonnen.

De twee teksten 2 Samuël 24: 1 en 1 Kronieken 21:1 zijn dus niet echt met elkaar in conflict maar tonen ons twee verschillende zienswijzen van twee verschillende schrijvers, elk met het inzicht zoals God ieder van hen heeft gegeven.

Ook in onze situatie onder het Nieuwe Verbond en de veelvuldige werkingen van de heilige Geest werkt dit zo, want, zo lezen wij in 1 Korintiërs 13:9:

Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.

Dit duidt niet op de onvolmaaktheid van ons kennen en profeteren, maar veeleer op het incomplete van ons kennen en profeteren. Immers, ieder afzonderlijk heeft slechts een deel van de kennis of een deel van de profetische aanwijzing. Maar tezamen vormt het een compleet, een volkomen of volmaakt geheel. De één heeft dus deze zienswijze ontvangen, de ander die andere zienswijze, en met elkaar vormt het weer een compleet geheel.
En zo mogen wij de veelkleurige wijsheid van God ook beschouwen in deze ogenschijnlijk tegenstrijdige zienswijzen in het Oude Testament, maar daar ook een Nieuw Testamentisch voortschrijdend inzicht uit ontwikkelen.

Dezelfde gedachten zijn ook van toepassing bij het interpreteren van de getallen van bevolking die in beide bijbelboeken verschillend naar voren komen.
In de eerste plaats is hier natuurlijk gewerkt met afgeronde grote getallen. Men heeft de nummers afgerond op tienduizendtallen. Dit doen ook wij vandaag de dag, vooral zij die met grote aantallen rekenen. Want wie kent niet de miljarden nota van de overheid, waarbij de miljoenen en miljarden euro's over de tafel vliegen als waren het dubbeltjes en kwartjes zoals in onze eigen portemonnee? Zo komen wij dus tot deze conclusie dat, wie met grote zaken bezig is, ook in grote afgeronde getallen rekent.
Maar inherent aan de Hebreeuwse getalschrijfwijze is ook wel het feit dat het schrijven van nauwkeurige getallen niet zo gemakkelijk gaat. Ook daarom gebruikte men wellicht de grote afgeronde getallen.

Maar dit lost natuurlijk niet het probleem op van de grote verschillen die in de verschillende passages naar voren komen.
De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is dat de verschillende schrijvers de totaalgetallen hebben samengesteld met een verschillende bedoeling en een verschillende samenstelling van cijfers uit de detaillijsten die er ongetwijfeld geweest moeten zijn.
Zo kan de één in het totaal hebben meegerekend wat de ander niet heeft meegerekend. Zo zien wij dat in 2 Samuël het getal van 'krijgslieden' die het zwaard konden voeren genoemd wordt, terwijl in 1 Kronieken het getal van 'mannen' die het zwaard konden voeren genoemd wordt.
Dit verschil in terminologie kan te maken hebben met het meetellen van de mannen onder de 21 jaar die geen krijgslieden waren omdat zij de gerechtigde leeftijd van 21 nog niet bereikt hadden, maar die wel fysiek zo krachtig waren dat zij het zwaard konden dragen en hanteren.
Het tellen van hen die onder de 21 waren zou ook wel eens te maken kunnen hebben met de feitelijke zonde van David hierin en het feit dat Joab het er totaal niet mee eens was en met tegenzin de volkstelling ging uitvoeren. Wellicht zou het kunnen zijn dat hij expres David alleen de cijfers gaf van de echte krijgslieden, zij die boven de 20 jaar waren.

Het verschil in getal van de mannen van Juda zou ontstaan kunnen zijn door het in de Kronieken niet meetellen van de krijgslieden die alreeds bij David in dienst waren. Zie 1 Kronieken 27.

Het verschil tussen de 7 jaar hongersnood in 2 Samuël 24:13 en drie jaar in 1 Kronieken 21:12 is een ogenschijnlijke controversie waar al eeuwenlang over nagedacht en gediscusseerd wordt. Het feit dat men dit in Septuagint vertaald heeft met 3, geeft aan dat ook de Joodse bijbelgeleerden in vroeger tijden van mening waren dat het hier om een kopieerfout van schrijvers zou gaan. Sommige bekende commentatoren van onze tijd zijn dit ook eenduidig van mening en veronderstellen dat wellicht de letter gimmel (voor 3), is aangezien voor de letter zayin (voor 7). Deze lijken namelijk heel veel op elkaar.
Dit argument is echter door ons moeilijk hard te maken omdat in de Masoretische tekst die wij overgeleverd hebben gekregen en dateert van omstreeks het jaar 1000 AC, de schrijfwijze van het aantal jaren niet in letters is maar in hele woorden. Als het dus berust op een kopieerfout dan zou het moeten komen uit een tijd dat de schrijfwijze anders geweest zou moeten zijn en die later omgezet zou zijn naar een schrijfwijze met hele woorden. Feit is nu dat er niets bekend is over een dergelijke schrijfwijze. In de Schrifttekst zijn getallen altijd als woorden geschreven.

Een andere benadering richt onze aandacht op 1 Samuël 21 waar melding wordt gemaakt van de hongersnood ten gevolge van de bloedschuld die Saul veroorzaakte ten aanzien van de Gibeonieten. Als we ervan kunnen uitgaan dat de volkstelling die door David werd opgedragen plaatsvond kort na die drie jaar, en welke 9 maanden en 20 dagen geduurd had toen Joab de getallen aan David presenteerde, dan blijkt hier uit dat er zo goed als 4 jaar verstreken was op het moment dat de profeet Gad bij David komt met de betreffende vraagstelling: Zal er zeven jaar hongersnood in uw land komen? (Kan ook vertaald worden als: vervuld worden).
Deze vraagstelling zou er dus op kunnen wijzen dat het hier ging om een verlenging van de reeds aanwezige hongersnood met 3 jaar.
In het boek 1 Kronieken komt deze melding ten aanzien van de bloedschuld niet voor, dus is ook het getal 7 daar niet op zijn plaats maar gewoon drie.

Het antwoord op dit probleem zou dus heel goed kunnen zijn dat beide getallen correct zijn, maar het er dus van afhangt hoe je het in interpreteert ten aanzien van het grote geheel.
Ook in dit geval kan het uiteraard zo zijn dat er verschillende 'waarnemers' aanwezig waren toen de profeet Gad deze vragen aan David voorhield. En iedere waarnemer schrijft nu eenmaal gebeurtenissen op met zijn eigen woorden en zienswijze.

Desondanks wordt de Bijbel door wetenschappers het best en meest betrouwbare historisch document genoemd.
Voor ons mag het meer zijn dan dat alleen. Het is Gods persoonlijke brief aan ons. Op uitzonderlijke wijze samengesteld en bewaard gebleven. Niet bedoeld om een wetenschappelijk hoogstandje te zijn en de wetten van de logica te staven, maar om Gods plannen en handelen te openbaren aan en door onvolmaakte mensen. Dat ondanks het mensenwerk er een boek tevoorschijn is gekomen van een dergelijke volmaaktheid, eerlijkheid, en betrouwbaarheid, is op zich al een groot wonder te noemen.
God waakt over zijn woord ( Jeremia 1:12 ), en Hij zal dat blijven doen.

Powered by Website Baker