Misleidende invloeden in deze tijd.

Deel 2.


Het 'romantische' evangelie

Eén van de typische eigenschappen van de mens is de voortdurende behoefte aan spanning, uitdagingen, nieuwe dingen, enzovoorts. We zouden dit eenvoudigweg kunnen samenvatten onder de volgende benaming:

De begeerte van nieuwsgierigheid.

Deze begeerte kom je tegen op alle terreinen van het leven. Bij theekransjes en op koffieochtenden; onder wetenschappers en ontdekkingsreizigers; op het gebied van relaties en sexualiteit; in de reclamewereld waar met deze begeerte naarstig gespeculeerd wordt; in romans en films, waar de mens de benodigde dosis spanning kan indrinken; weer anderen hebben een voortdurende behoefte om de uitdaging van zakendoen na te volgen; enz.

Uiteraard manifesteert deze begeerte zich ook op het christelijk erf bij hen die zich bezighouden met het evangelie. Zo las ik onlangs over een predikant die iedere twee jaar een nieuwe uitdaging nodig heeft om gemotiveerd te blijven. Het is uiteraard de vraag wat er van zo'n predikant zal overblijven als hij omwille van zijn geloof 40 jaar eenzame opsluiting onder ogen moet zien zoals b.v. Watchman Nee.

In de Bijbel lezen wij hier ook over.
Zo komen wij de waarschuwing tegen dat wij ons niet moeten ophouden met 'oudevrouwenpraat'. (1 Tim.4:7). In het oude Athene hadden de mensen kennelijk niet veel bijzonders omhanden. De landarbeiders deden het werk wel en de stedelijken, die dachten dat zij intellectueel waren, "hadden voor niets anders tijd over dan om iets nieuws te zeggen of te horen." (Hand. 17:21).

Er is niets nieuw onder de zon. Vleselijke begeerten zijn er voortdurend geweest sinds de zondeval.
In deze tijd zien wij onder de christenen een hang naar 'nieuwe dingen'. Velen hebben voor niets anders meer tijd dan samenkomsten bezoeken waar 'iets nieuws' moet gaan gebeuren. Zelfs komt het herhaaldelijk voor in 'profetische' boodschappen en predikingen dat 'nieuwe dingen' worden aangekondigd. Het lijkt er zelfs op dat predikers alleen mee kunnen doen aan de race, als zij weer 'iets bijzonders' te melden hebben.

Veel christenen hebben daardoor geen behoefte meer aan gedegen en fundamenteel bijbelonderwijs dat hen kan doen opgroeien tot de volkomen mens Gods. (2 Tim.3:16).

Inherent aan deze ontwikkeling is ook de groei van het aantal christelijke romans. Kon je voorheen kostbare en geloofsopbouwende levensbeschrijvingen en getuigenissen in boekvorm aanschaffen, tegenwoordig zullen we het moeten doen met gefixeerde verhalen die zo knap geschreven zijn, dat je werkelijk navraag moet doen of de betreffende gebeurtenissen waar gebeurd zijn of verzonnen.
Uitgevers die eens met de beste bedoelingen zijn begonnen, geven nu te kennen dat onderwijzende en geloofsopbouwende boeken 'niet meer in en rendabel zijn' en daarom ook niet meer herdrukt of uitgegeven worden. Tenslotte is een christelijke uitgeverij ook een bedrijf dat winst moet maken om te blijven bestaan. Het eens zo nobele streven is in de loop der tijd veranderd in Babylonisch koopmanschap, waarbij het 'God zij met ons' op de rand van de munt belangrijker is geworden dan op de rand van het boek.

Ook de evangelische boekwinkels hebben deze trend ontdekt (of misschien wel in de hand gewerkt). Zagen wij vroeger de belangrijke boeken in de etalage pronken, al geruime tijd heeft dat zijn plaats afgestaan aan allerlei kitch-erige prullaria zoals beeldjes, bijouterieën, koffiekoppen, sokken en T-shirts, en niet te vergeten: romans!

Zoals alreeds gesteld, er is niets nieuws onder de zon.
De oorspronkelijke kerk van de eerste eeuwen heeft om dezelfde reden verschillende concillies gehouden, speciaal om de onzuivere geschriften en vooral romans over het leven van Jezus en het evangelie, te scheiden van de zuivere geschriften. Deze taak was moeilijk genoeg maar heeft uiteindelijk geleid tot de samenstelling van het kostbare boek dat wij hieraan hebben overgehouden: de Bijbel.
Zelfs in de dagen van Petrus was deze ontwikkeling er al. Hij schreef daarom in zijn brief (2 Petr.1:16):
Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit.
Zoals de tijd toen was, zo lijkt het onder ons nu ook zo te zijn. We hebben in ons land de afgelopen 35 jaar diverse krachtige impulsen gehad met bijzondere ontwikkelingen, maar zijn nu in een periode en generatie terechtgekomen waar nog maar weinig behoefte schijnt te zijn aan waarachtig christelijk getuigenis.

Powered by Website Baker