Heiliging

Hoofdstuk 6

 

De blauwdruk

 

 

Wee hun die heilloze verordeningen uitvoeren,....
Jesaja 10:1:


Er is een bepaald type mensen, we komen hen óók tegen onder het volk van God, die zich heel subtiel bezig houden met heilloze verordeningen. Bijna zou ik zeggen: "Juist onder Gods volk komen we hen tegen."
Het gaat over het bedenken en uitvaardigen van regels en verordeningen die eigenlijk 'net niet' in lijn zijn met het pure Woord van God. Het lijkt misschien wel heel vroom of religieus of evangelisch, maar het is het 'net niet'. Let wel, in onze tekst uit Jesaja wordt niet gesproken over 'goddeloze' verordeningen, maar over 'heilloze' verordeningen.


We hebben hier te maken met een door de mens uitgedachte vorm van godsdienst of religie.
Er zijn in de kerkgeschiedenis talloze uitingsvormen, gebruiken of rituelen ontstaan die tot een soort regel of wet zijn verheven. Ieder kerkgenootschap heeft zo wel zijn eigen pakket van reglementen. Die hoeven niet per definitie allemaal verkeerd te zijn, er zitten heus wel goede verordeningen tussen, vol van heil; dát zijn uiteraard dié regels die door God zelf bedacht zijn voor het evangelie-tijdperk.

Wat wij eigenlijk moeten doen, is voortdurend de moed opbrengen om onze interne regels en gewoonten te toetsen aan het Woord van Christus. Deze verantwoordelijke opdracht is in principe weggelegd voor iedereen die zich een discipel van Jezus wil noemen.
Toch zijn er altijd al minder krachtdadige mensen geweest die hierin de bescherming en hulp van anderen nodig hebben. De sterken hebben in Gods oog een verantwoording ten opzichte van de zwakkeren.

Maar het waren juist deze 'sterken' waarmee Jezus altijd in de clinch lag. Het zijn juist de leiders van Gods volk die er extra voor moeten waken dat hun gezagspositie niet het recht van de geringe wegdrukt en van de ellendige rooft. ( Jesaja 10:2). En omdat het verzoekingen zijn die in het Oude Testament steeds weer de kop op staken, is er geen reden om aan te nemen dat dit in het evangelie-tijdperk anders zou zijn. Trouwens, de kerkgeschiedenis die na het Oude Testament is ontstaan, staat bol van de feiten op dit gebied.

En nog is deze geschiedenis niet beëindigd. Jezus zei: "Pas op voor de zuurdesem van Farizeeën en Sadduceeën, ( Matteüs 16:6) en die van Herodes." ( Markus 8:15). Dat betekent eigenlijk dat wij moeten waken voor een verkeerde vorm en leer van godsdienst en voor een verkeerde of wereldse vorm van regeren. Iedere vorm hiervan die niet in harmonie is met het evangelie van Jezus Christus, is heilloos!

We moeten terug naar de blauwdruk die de eerste Christengemeenten voor ons hebben achtergelaten. Wanneer we spreken over heiliging en reiniging, dan heeft dat in de eerste plaats te maken met onze handel en wandel. Dit geldt met name wanneer we nadenken over het uitvaardigen van verordeningen.
Persoonlijk ben ik van mening dat we in de tijd leven dat we juist op het gebied van moraliteit en zedengewoonten rigoreus terug moeten naar de bijbelse richtlijnen. In korte en duidelijke bewoordingen zegt de apostel Paulus welke mensen er absoluut niet het koninkrijk Gods zullen beërven:

Hoereerders, afgodendienaars, overspelers,
schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen,
dronkaards, lasteraars of oplichters,.....

Ook Johannes de Doper had een nogal schokkende boodschap op dit gebied. Hij predikte zonder blikken of blozen tegen Herodes dat hij niet met de vrouw van zijn broer mocht omgaan. En Herodes was niet eens een Israëliet!
Het koste Johannes zijn hoofd, maar hij baande daarmee wel de weg voor de Christus.

Wij horen tegenwoordig regelmatig over de zogenaamde 'Elia-zalving'. Hiermee wordt dan een profetische zalving bedoeld die opnieuw de weg zal banen voor de Christus of voor een nieuwe doorbraak van het Evangelie.
Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat deze zogenaamde 'Elia-zalving' alleen maar zoete broodjes bakt. Een nieuwe zalving voor 'broodprofeten' met mooi klinkende profetieën en geweldige uitspraken. Schone beloften voor het volk van God.
Nee, veeleer denk ik dat deze 'Elia-zalving' een boodschap is als vanouds:

"Bekeert u van uw zonden, doet weg alle onreinheid en vuilheid en uitwas van boosheid!" ( zie Jacobus 1:21).
"Reinigt uw handen, zuivert uw harten!" ( Jacobus 4:9).


Zou Jacobus soms ook een 'Elia-zalving' gehad hebben?
Zou dat de reden zijn dat hij aan het eind van zijn brief ook kan zeggen dat het gebed van een rechtvaardige veel vermag (5:16)? Kijk maar, zegt hij, naar Elia, die een mens was zoals wij. Zou dit toch de sleutel zijn tot meer kracht en grotere daden van God onder zijn volk?
Psalm 15:

 

 

Powered by Website Baker