Heiliging

Hoofdstuk 1

 

Heiligheid en reinheid

 

Heiliging.
Bij een nader onderzoek laat dit begrip zich als volgt omschrijven:

  1. Toewijden
  2. Toebereiden
  3. Afzonderen

Hoewel ons dit vertrouwd in de oren klinkt, betekent het hanteren van deze omschrijvingen niet per definitie dat er ook reinheid mee bedoeld wordt. De reinheid ontstaat door de persoon met wie deze toewijding, toebereiding en afzondering verbonden wordt.
Het is namelijk heel goed mogelijk om 'heiliging' (in de negatieve zin van het woord) te laten plaatsvinden met betrekking tot zaken die God niet gewild heeft. In het Oude Testament vinden wij vele voorbeelden hoe het volk Israël zich toewijdde aan de Baäls en de Astartes. Zelfs werden er volksgenoten tot 'priesterlijke' functies afgezonderd, met alle onreine praktijken die daarbij hoorden.
In ons denken is het begrip heiligheid en heiliging meestal (gelukkig maar) verbonden met de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Het is uiteraard door Hem, en door het offer van Zijn bloed, dat wij ook van reinheid kunnen spreken.

In het Nieuw Testamentische denken leggen wij bij woorden als toewijden, toebereiden, en afzonderen, niet de nadruk op stoffelijke voorwerpen of aardse gebeurtenissen, zoals Paulus ook aangeeft in Kolossenzen 2:16-17:

Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

God heeft in de bedéling van het Nieuwe Verbond geen belang meer bij heilige plaatsen, heilige huizen of gebouwen, heilig voedsel en heilige dagen, maar God heeft op dit moment belang bij heilige mensen. Gelovigen die zich aan Jezus hebben toegewijd, zich voor Hem hebben afgezonderd van de wereld en wereldse invloeden, en zichzelf op die manier toebereiden om Hem dienstbaar te kunnen zijn en om uiteindelijk Hem te kunnen ontmoeten van aangezicht tot aangezicht.

Hoewel het begrip 'heiligen' in het Oude Testament toch vaak in verband staat met stoffelijke zaken, vinden wij juist in de profeten-boeken aanwijzingen die ons toch een dieper inzicht hierover kunnen geven.
Zo vinden we in het boek Jeremia, gebeurtenissen die juist tegenovergesteld zijn en toch zeer leerzaam.
In Jeremia 23:9-32, waren het juist de profeten die door God verantwoordelijk gehouden werden voor het afdwalen van het volk en de vloek waarmee het land getroffen werd. De profeet, de persoon die zelfs bij uitstek toegewijd moet zijn om de woorden Gods te horen, was hier juist een oorzaak van 'heiligschennis' en onheil. Jeremia 23:11:

Want zowel profeet als priester plegen heiligschennis,
zelfs in mijn huis heb Ik hun boosheid gevonden.


Waarom was nu juist de profeet verantwoordelijk voor het dwalen van het volk? Je zou zeggen dat, als de Israëlieten zich wilden toewijden aan God, konden zij dat evengoed toch wel? Nee, dat kon blijkbaar niet !
Ook hier gold kennelijk al de Nieuw Testamentische uitspraak van Paulus:
Het geloof is uit het horen, en het horen door het Woord van Christus. ( Romeinen 10:17).
Maar ook:
Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? ( Romeinen 10:14).

Ook het volk Israël moest in 'kontakt' gebracht worden met de levende God. Door de woorden van hen die door God gezonden waren, kregen ook zij een 'geloofsvisie' omtrent Zijn Persoonlijkheid. Op deze wijze moesten zij zich ook afzonderen en aan Hem toewijden. En hoe zul je je toewijden aan een God die je niet kent?
Het probleem echter was dat de woorden van de profeten niet klopten. Die woorden gaven een onjuist beeld van de echte God.


Zo zegt de HERE der heerscharen:
"Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken, dat gij u aan een ijdele waan overgeeft, zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des Heren mond."

Nu was het niet Gods bedoeling om al het profeteren een halt toe te roepen. Als dat zo was hadden we ook geen boek van Jeremia gehad waar deze dingen in beschreven staan. Hadden zij maar naar Jeremia geluisterd, dan hadden zij begrip gekregen van de waarachtige God.
De boodschap aan ons is dat God toewijding wil. Het zijn juist de waarachtig gezonden profeten die Gods roepstem hiertoe zullen vertolken. Dat betekent ook dat deze 'roepstemmen in de woestijn' eerst zelf een heiligingsproces hebben doorgemaakt.

 

Powered by Website Baker