Lessen in geestelijk denken

Les 9

 

De Rots

Het beeld van de Rots komen wij voor het eerst tegen bij Mozes, de knecht des Heren, en is in veel gevallen een benaming waarmee God aangeduid wordt.

Deuteronomium 32:3-4:

Want Ik zal de Naam des HEREN uitroepen:
geeft grootheid onze God,
de Rots, wiens werk volkomen is,
omdat al zijn wegen recht zijn,
een God van trouw, zonder onrecht,
rechtvaardig en waarachtig is Hij.

Het zal niet toevallig zijn dat juist Mozes zo te maken heeft gehad met God als de Rots. Als we de situaties beschouwen waar Mozes meet te maken had, moest Hij wel een openbaring op dit vlak gehad hebben.
De benaming 'de Rots' zegt volgens Deuteronomium 32:3 in de eerste plaats iets over de 'Naam' van God, en de 'Naam' geeft in feite een karakter eigenschap weer van de betreffende persoon.
De eigenschappen van de rots als natuurelement zijn hierbij dus sprekend ten aanzien van Gods karakter eigenschappen. Een rots is sterk, scherp (vaak), zwaar, groot, onwankelbaar, onbeweeglijk, alles trotserend.
Deze karakter eigenschappen is Mozes gewaar geworden door zijn ontmoetingen met God en zijn optreden voor Farao. Zijn escapades bij de Schelfzee, waar hem duidelijk werd dat al Zijn wegen recht zijn. Dwars door de zee heen, recht door zee. God maakt geen omweg voor de zee. Nee, de zee moet wijken voor Hem. En al die tijd was Hij getrouw aanwezig, rechtvaardig en waarachtig. Als Mozes hem om hulp riep, Hij was daar.

Maar niet alleen God wordt gekenmerkt door deze karakter eigenschappen. Mozes mag dit beeld indrinken, weerspiegelen, gelijkvormig worden. Standvastig, als ziende de Onzienlijke. ( Hebreeën 11:22 ). En over het hoofd van Mozes heen, trekt dit beeld de geschiedenis door en doordrenkt iedere man of vrouw Gods die zich geroepen weet om een werk voor God te volvoeren. Het heeft velen er toe gebracht om pal te staan voor de waarheid, dikwijls dwars tegen alle stromingen in. De profeten, Jezus, de apostelen, de martelaren, de reformatoren.
En zo heeft het ook ons bereikt die geacht worden het vaandel van Gods waarheid te dragen in onze eigen generatie. Het water dat uit de Rots stroomde toen Mozes op Gods bevel dit tevoorschijn sprak, stroomt als het ware nog steeds.

Exodus 33:21:

Bij God is een plaats. Een speciale plaats. Een geestelijk stadium wat ook door ons bereikt kan worden door onze wandel met Hem en door geestelijke groei. Laten we deze plaats eens een naam geven: Jezus Christus.
Hij is de plaats bij God waar ook wij bij God kunnen staan. Nee, het gaat hierbij niet zomaar over het 'in Christus' zijn. Het gaat over karaktervorming door de kracht Gods. Het gaat over 'geestelijke mensen' worden. Het gaat over rijpheid, standvastigheid en trouw. Over mensen die niet meer van hun voetstuk zijn te brengen. Over mensen die geleerd hebben Jezus te volgen, dwars door alles heen, dwars tegen alles in, als ziende de Onzienlijke. Zulken hebben geleerd wat het betekent:

O HERE, mijn Rots en mijn verlosser. ( Psalm 19:15 )
Hij plaatste mij hoog op een rots. ( Psalm 27:5 )
Tot U roep ik, HERE mijn Rots. ( Psalm 28:1 )
Leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn. ( Psalm 61:3)
Enz.

In het Nieuw Testament betrekken we dit beeld uiteraard geheel op Jezus Christus. Als evenbeeld van God de Vader weerspiegelt Hij geheel het goddelijke karakter. Een Naam boven alle naam heeft Hij hierdoor ontvangen. Een Naam van kracht en geestelijke autoriteit. Voor boze geesten is Hij nooit geweken, zij moeten wijken voor Hém. Voor Hem zal iedere knie zich buigen, nu of straks, welwillend of onwillend. Voor onrechtvaardigen, trouwelozen en huichelaars is Hij een rots der ergernis, waaraan men zich stoot. ( Romeinen 9:33 ).
De Rots blijkt dan hard en scherp te zijn, en onbeweeglijk.

Deze Rots is ook het fundament waarop wij ons geestelijke leven behoren te bouwen. Jezus zelf gaf eens de gelijkenis van de man die zijn huis op het zand bouwde en hij die het op de rots bouwde. Het huis op de Rots blijft staan, onder alle weersomstandigheden. Is ons geestelijk huis gebouwd op de woorden van Jezus?... het blijft staan, want Zijn woord, dat is Hij zelf. Zij zijn één.

Het was Petrus die als eerste door openbaring iets waarnam van de goddelijkheid van Jezus. Het was in deze momenten dat Petrus van Jezus een nieuwe naam ontving, een nieuwe karakter aanduiding. Het was ook bij deze gelegenheid dat Jezus de historische uitspraak deed dat Hij op deze 'Petra' zijn gemeente zal bouwen. Een woordspeling vond hier plaats. 'Petra' betekent rots en 'Petrus' mogen we beschouwen als een stukje hiervan. Maar wat is het nu waarop Jezus zijn gemeente zal bouwen? Op de Petra, de Rots die Hijzelf is, op de openbaring hiervan, of op de belijdenis?
Onomstotelijk is hier wel aangetoond dat er pas echt gebouwd kan worden als de openbaring gepasseerd is. Ook in Petrus begon de karaktervorming op gang te komen na de openbaring. Op dit moment kreeg hij immers zijn nieuwe naam. En dat terwijl de 'Petra', Jezus Christus al geruime tijd aanwezig was. De openbaring van 'de Rots' is dus als het ware de sleutel van het Koninkrijk der Hemelen waardoor de bouw van een geestelijk huis tot ontwikkeling komt.

God is altijd al aanwezig geweest.
Hij is de 'IK BEN'. Hij IS, al het andere IS NIET.
De Christus is evenzo altijd al aanwezig geweest.
Jezus sprak in Johannes 8:58:

"Eer Abraham was, BEN IK."

Hij is de Rots der eeuwen. De altijd aanwezige God, Redder, Verlosser, Heelmeester, Bevrijder.

Het water uit 'de Rots' is altijd al voorhanden geweest. Zelfs voor Mozes al toen Abraham Hem op soortgelijke wijze leerde kennen. Maar de symbolische ontsluiting van 'levend water voor velen' is door Mozes op gang gekomen en stroomt heden ten dage nog steeds voort uit de geestelijke Rots die de Christus is. Steeds op zoek naar een nieuw kanaal waarin de openbaring van 'de Rots' kan uitgegoten worden.

1 Korintiërs 10:4:

Powered by Website Baker