Lessen in geestelijk denken

Les 8

 

De bergen (Vervolg)

Hebreeën 12:22:

Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem.

 

De berg Sion, het huis des Heren, het hemelse Jeruzalem, zijn elementen die bij elkaar horen. Je kunt ze niet vinden in de natuurlijke wereld. Die tijd is voorgoed voorbij. Onder het Oude Verbond waren deze zichtbare elementen een profetische heenwijzing naar de werkelijkheid die in Christus is in de geestelijke, onstoffelijke dimensie. De bijbelse uitspraak 'maar gij zijt genaderd' betekent volmondig dat allen die geloven op dit moment in de geestelijke dimensie genaderd zijn tot een geestelijke en dus onstoffelijke berg met een geestelijke stad, wat bovendien ook nog een zinnebeeldige voorstelling is van dat wat in Openbaring 21:10 en 11 genoemd wordt: de bruid.
Dat wat in de geestelijke wereld de voleinding reeds bereikt heeft, zijn de geesten van de rechtvaardigen, die het ontastbare en onzichtbare deel vormen van het lichaam van Christus dat immers één geheel is, teweten, zij die reeds in Christus ontslapen zijn en zij die in Christus nog in een stoffelijk lichaam verblijven als waren zij (wij) in een vreemd land.

Onze werkelijke woonplaats is dus het hemelse Jeruzalem, of, beter gezegd, ieder lid van Christus vormt als persoon een stukje van die stad. De één een gouden straatsteen en de ander een diamanten muursteen. Het geeft dus geen pas om te blijven steken in de kinderlijke voorstellingen dat wij straks in de heerlijkheid zullen wandelen over straten van goud en zullen wonen in edelstenen huizen, maar veeleer hoe wij geestelijke volwassenheid aan kunnen doen waardoor wij heden, met onze geestelijke vermogens, een levende woonstede van de levende God kunnen zijn waardoor de openbaring in vervulling gaat dat het hemelse Jeruzalem van de hemel neerdaalt (Openb.21:11), waardoor het aan alle mensen overduidelijk zal worden wie Jezus Christus is en waar Hij zijn residentie heeft, n.l. in de geestelijke dimensie in het hemelse Jeruzalem en op de berg Sion.

De openbaring van deze realiteit zal metterdaad een einde maken aan alle bijgeloof die gestoeld is op verwarring welke ontstaan is door de vermenging van Nieuwtestamentisch gedachtegoed met op onkundige wijze toegepaste Oudtestamentische Godsspraken, die feitelijk bedoeld waren om inzicht te verschaffen omtrent de geestelijke zaken en goederen.
De werkelijkheid is echter van Christus (Col.2:17) en verklaart dat wij burgers zijn van een rijk in de hemelen (Fil.3:20), waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen (vers 21).

Wij verwachten dus de openbaring van de heerlijkheid en de kracht Gods door het, vanuit de onvergankelijke geestelijke dimensie 'neerdalende' hemelse Jeruzalem. Dat zijn dus alle gelovigen die het lichaam van Christus vormen.
Vanuit ons menselijk gezichtspunt worden wij door geestelijke geboorte en groei dus opgetrokken voorbij 'de wolken' waar wij in Christus zijn, en tegelijkertijd vanuit Gods gezichtspunt weer steeds meer neergelaten tot op het moment dat de vergankelijkheid verslonden zal worden door de onvergankelijkheid. Deze manifestatie van 'de berg van het huis des Heren' zal dermate overstromen van de grootheid en heerlijkheid van God, dat iedere ongelovige ziel zich zal haasten om zich te verbergen voor deze 'voor hen' ontzaglijke en angstaanjagende situatie dat zij uiteindelijk zullen uitroepen: 'bergen val op ons', hiermee symboliserend de ondergang die zij over zichzelf hebben afgeroepen door hun voortdurende afgoderij, waardoor zij in feite een toevlucht hebben gezocht bij de verkeerde bergen, een zinnebeeld van hun afgoden.

Jesaja 2:2:

En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen.

 

We hebben met deze profetie dus een geestelijk feit dat in Christus vervuld is. Immers, Hij zelf verklaarde dat Hij kwam om zowel de wet als de profeten te vervullen. Heeft Hij dus nu door zijn kruisdood de wet tot volheid gebracht, door zijn verheerlijking heeft Hij alle zegeningen en beloften van God 'tijdloos' ter beschikking gekregen, hetgeen betekent dat deze op welk moment dan ook, door 'geloof' het deel kunnen zijn van hen die in Christus zijn.
Wij volgen hierin dus Petrus na die volgens zijn rede in Handelingen 2 en zijn verklaren van de profeet Joël, de laatste dagen laat beginnen bij de uitstorting van de heilige Geest.

Het is dan ook door de Geest Gods dat de Godsregering openbaar komt, de manifestatie van het Koninkrijk der Hemelen. Het is door de Geest dat Jezus als Koning op de troon regeert vanuit zijn residentie, het hemelse Jeruzalem, de 'bruid' van Jezus Christus. Omgekeerd kunnen we dus vaststellen dat daar waar de heerschappij van Jezus openbaar wordt, de 'bruid' aan het werk is, dat daar God 'woningen' heeft waarin Hij woont en verblijft op Zijn heilige berg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat daar waar God 'woont', de boze geesten gillend en schreeuwend tekeer gaan omdat hun 'laatste ure' wel heel dichtbij gekomen is, en de goddelozen zich in vreze en beven bekeren wanneer zij een glimp opvangen van de ontzagwekkende God die zich openbaart.

Dit nu is van toepassing op een ieder die zich bekeert en gereinigd is door de kracht van het bloed van Jezus Christus. Ook dit geldt dus nu! De ware gelovige is een bergbeklimmer!

Maar niet alleen een bergklimmer, wie door geestelijke groei een redelijke hoogte bereikt heeft, mag zelf ook met de gestalte van een berg geïdentificeerd worden. Het Schriftwoord zegt immers in Psalm 125:1

Wie op de Here vertrouwen zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft.

 

Het is hierbij ook niet verwonderlijk dat de geoeffende gelovige vergeleken wordt met de berg Sion. Dit is de plaats waar de Here Zijn woning heeft.
Niet voor niets komt ook in het Nieuwe Testament de roep tot ons om ons te laten gebruiken voor de bouw van een geestelijke huis (1 Petr.2:5). Hierbij wordt dan niet bedoeld dat een ieder zijn draai gevonden moet hebben in een denominatie of plaatselijke groepering, maar dat wij door geestelijke groei onze geestelijke bestemming gaan beleven doordat wij door God Zelf gevoegd worden in het huis dat Hij zelf bouwt en dat geen mensenwerk is.
Wij worden daardoor een woonstede Gods in de Geest (Ef.2:22). Een huis des Heren waarin de Geest van de Almachtige God kan wonen. De eenheid in structuur kan in deze woning alleen door God Zelf aangelegd worden. Alle georganiseer van mensen staat deze ontwikkeling alleen maar in de weg. Wie de heerlijkheid des Heren in Zijn woning wil aanschouwen, zal als 'eenling' de berg moeten beklimmen, om samen met anderen als goddelijke 'eenheid' tevoorschijn te kunnen komen.

Het is op deze berg waar geen verderf gesticht zal worden en waar de slang stof zal eten. (Jesaja 65:25)
Powered by Website Baker