Het Geloof ... en de eindtijd.

Geschreven en gepubliceerd op 15 december 2012.

 

Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?
( Lukas 18:8 )

Dit was de vraag die Jezus Zijn discipelen voorlegde toen zei spraken over zaken die met de eindtijd te maken hebben. Er zijn vele soorten van geloof te benoemen:
ongeloof, verkeerd geloof, bijgeloof, volksgeloof, negatief geloof, positief geloof, afgodsgeloof, demonisch geloof, en natuurlijk ook 'waarachtig geloof' oftewel HET GELOOF.

HET GELOOF, zou je kunnen zeggen, is dat geloof dat God graag tot bloei ziet komen in Zijn kinderen. Het is puur en waarachtig. Gefundeerd op de zuivere uitspraken van Jezus die Het Levende Woord is. Het is ontdaan van allerlei wind van leer, onzuivere denkbeelden die ontstaan zijn door onzuivere inspiraties en bedenkselen van mensen al dan niet onder invloed van boze geesten. Zuiver geloof komt voort uit de heilige Geest van God. Maar de moeilijkheid schuilt echter in het bepalen wat van de heilige Geest is en wat niet.
Volgens de apostel Petrus is het zelfs al mogelijk om 'een eigenmachtige uitlegging' te geven aan uitspraken in de Schrift welke zuiver door de heilige Geest zijn geïnspireerd. En daardoor wordt het dan weer onzuiver.
Dit eigenmachtige uitleggen is wellicht één van de meest misleidende werkingen waar velen zich mee bezig houden. Waarin dit ontaardt, kunnen we wel benoemen als 'volksgeloof'.
Onder dit volksgeloof kan ook begrepen worden allerlei denkwijzen en toekomstverwachtingen aangaande het zogenaamde 'einde van de wereld'. Je zou dit ook kunnen benoemen als 'doemgeloof' of 'doemdenkerij'. En de vraag rijst dan op waar deze doemdenkerij dan wel vandaan komt.
Het is opvallend dat deze doemdenkerij aangetroffen wordt onder allerlei soorten mensen op de wereld en dan ook nog eens door alle eeuwen heen. Velen, zowel christenen als niet-christenen hebben ergens in hun onderbewustzijn het idee dat de wereld zal vergaan. Christenen uiteraard onder invloed van sommige bijbelteksten, anderen door de invloeden van andere religies of astronomie, of astrologie, de Maya kalender of het één of andere spiritistische medium dat allerlei dubieuze openbaringen ontvangt. Maar helemaal link wordt het natuurlijk als mensen die zich christen noemen en dat voorstaan, zich beroepen op dromen, visioenen en openbaringen, ja, zelfs engelenverschijningen waarnemen, die hen een bepaalde dag aanwijzen waarop het 'einde' dan verwacht mag worden.
De wijze Salomo had het al gezegd:

Er is geen heugenis van de vorige tijden, en ook van de latere, die er zullen zijn, zal er geen heugenis wezen bij hen die nog later leven zullen.
( Prediker 1:11 )

Ook op dit gebied is er dus kennelijk geen heugenis onder de volken en ook niet onder de christenen. Men is zelfs al 'vergeten' welke vele voorspellingen slechts de afgelopen 100 jaar de revue gepasseerd zijn en op niets zijn uitgelopen. Men heeft er dus niets van geleerd. Op een handvol individuele uitzonderingen na wellicht, die zich geen knollen voor citroenen laten verkopen.
Ook iedere vorm van rekenarij is tot nu toe op niets uitgelopen. Zij die met het boek van Daniël aan het rekenen zijn gegaan, blijken toch iedere keer weer de plank te hebben misgeslagen en moeten telkens hun berekeningen opschuiven naar de toekomst. Wij moeten dus concluderen dat dit niets anders is dan 'eigenmachtig uitleggen'.
Het is blijkbaar toch ontzettend moeilijk om de eenvoudige en rechtlijnige uitspraken van Jezus te aanvaarden en te hanteren:

Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
( Mattheüs 24:36 )

Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen.
( Mattheüs 24: 44 )

Het Koninkrijk Gods komt niet zó, dat het te berekenen is;
( Lukas 17:20b )

Niemand weet de dag noch het uur. Ook de kranten niet. Wie meent de krant te moeten leggen naast het boek Daniël, houdt zich bezig met het berekenen van zaken die niet te berekenen zijn en die, zei Jezus, de Vader aan Zich gehouden heeft. Zelfs Jezus weet het niet. Wie meent een geestelijke inspiratie te hebben gehad van de stem van Jezus of de heilige Geest die hem de dag of het uur openbaarde, is misleid door een boze geest die zich voordeed als Jezus. Zelfs de Zoon weet het niet! Alleen de Vader – en Die vertelt het niet!

Verwant met dit alles is natuurlijk ook het begrip dat men heeft van het zogenaamde 'einde'.
Het past natuurlijk geheel bij het 'doemdenken' om te verwachten dat de wereld zal vergaan. Dat is deels terecht omdat de Bijbel ook spreekt over 'de dag des Heren' met alle vernietigende aspecten die daarmee gepaard gaan. En natuurlijk kennen wij de uitspraken van Jezus dat er oorlogen en geruchten van oorlogen zullen zijn, maar, zei Jezus, weest niet verontrust, want het 'einde' is het nog niet. Dan sprak Hij over hongersnoden en aardbevingen en Hij noemde dat 'het begin der weeën'. Daarna sprak Hij over verdrukking en haat, valse profeten, wetsverachting, en het volharden tot het einde. Pas als het evangelie van het Koninkrijk in de gehele wereld gepredikt is tot een getuigenis voor alle volken, zal het einde gekomen zijn. ( Mattheüs 24:6-14 ).
Deze uitspraken deed Jezus als antwoord op een vraag van Zijn discipelen, welke wij enkele verzen daarvoor ( in vers 4 ) lezen:

Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?

Opvallend is hier het verschil tussen het woord 'voleinding' en 'einde'.
In het Grieks zijn dit ook twee verschillende begrippen: sunteleia – voleinding, telos – einde.
Maar nog belangwekkender is het om de betekenis van deze begrippen eens goed te overdenken. De discipelen van Jezus hadden kennelijk al zoveel over het Koninkrijk van God en van Gods plan met de mensheid gehoord, dat zij wel begrepen hadden dat Gods doel met de mensheid een 'eeuwig doel' is. In het Evangelie van Lukas wordt al aangegeven dat het koningschap van Jezus 'geen einde' dat is dus 'geen telos' zal nemen. ( Lukas 1:33 ).
Verder valt ook op, dat de discipelen de verwachting van de 'voleinding' koppelen aan de 'wereld'. In het antwoord dat Jezus hierop geeft, gebruikt Hij niet alleen een ander woord, maar laat ook nog eens het woord 'wereld' weg.
Wat zeggen nu de taalgeleerden over het woord 'telos'? Een citaat uit Wikipedia zegt het volgende:

Het 'telos' is het doel dat alle mensen en dieren nastreven. De telos van een eikel is eik te worden. De telos van de mens is onderwerp van discussie, maar kan worden gekoppeld aan bijvoorbeeld vervolmaking (Aristoteles), zelfbegrip (Hegel) of zelfoverstijging (Nietzsche).

Als we deze betekenis goed tot ons door laten dringen, zouden wij hieruit kunnen concluderen dat Jezus in deze tekst helemaal niet spreekt over het zogenaamde 'einde van de wereld', maar dat Hij juist spreekt over het doel van de mensheid. Het plan van God is uiteindelijk om uit de natuurlijke mens, de geestelijke mens voort te brengen. Ook het feit dat er gesproken wordt over 'weeën' wijst in de richting van de geboorte van iets nieuws. Strong's noemt 'telos' een definitief punt of doel. Wij zouden het 'einde' dus veeleer kunnen beschouwen als het punt in de tijd waarop God Zijn doel met de natuurlijke mens bereikt heeft en waarbij de geboorte van de geestelijke mens een feit is geworden. Het woord 'telos' impliceert dan behalve de tot stand koming van een doel, ook het begin van iets nieuws.

Het woord 'voleinding' dat de discipelen spraken in hun vraagstelling, is het zelfde woord (sunteleia) als Jezus sprak in Mattheüs 28:20:

En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.

Een opvallende uitspraak. Hier wordt de 'voleinding' dan wel door Jezus in verband gebracht met het woord 'wereld'. Maar, zowel de discipelen (24:4) als Jezus in dit vers, spreken niet wat wij zouden verwachten het woord 'kosmos', dat normaliter vertaald wordt als 'wereld', maar het woord 'aion'. En dit heeft meer de betekenis van een tijdperk, een bedéling, een eeuw, en ook wel de eeuwigheid als de bedéling van een onafgebroken omstandigheid.
De vraag die de discipelen stelden lijkt dus meer betrekking te hebben op de volmaking, het vol maken, de voltooiing van een omstandigheid of toestand. En ook de zendingsopdracht van Jezus: Ik ben met u al de dagen, totdat de omstandigheid van deze natuurlijke schepping zijn doel bereikt heeft. (Versterkt uitgedrukt).

Het is natuurlijk duidelijk dat niet elk mens op de aardbodem deel zal hebben aan de vervulling van Gods doel en plan. Net zomin als de natuurlijke hemel en aarde de 'aion' van de eeuwigheid zullen binnengaan. In Mattheüs 24:35 zegt Jezus dat de hemel en de aarde zullen 'voorbijgaan'. Dat is wat anders dan 'vergaan'. Het Griekse woord –parerchomai- geeft ons meer de indruk van het passeren van iets. Het woord 'voorbijgaan' is in die zin een correcte uitdrukking, mits het dan ook op de juiste wijze begrepen wordt. Dit 'voorbijgaan' vertelt ons namelijk ook weer iets meer over het overgaan van de ene omstandigheid in de andere. Op dezelfde wijze als ook 2 Korintiërs 5:17 ons leert:

Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

Het voorbijgaan van hemel en aarde staat daarom niet op zichzelf, maar is weer een onderdeel van het gehele plan van God om: al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten, …… ( Efeziërs 1:10 )
Het oude maakt dus plaats voor het nieuwe. Dit is de overgang van het ene 'aion' naar het andere. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. ( 2 Petrus 3:19 ).

Deze overgangsfase is nu wat de Bijbel noemt: De dag des Heren. ( 2 Petrus 3:10). Ook noemt de apostel dit: de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. ( 2 Petrus 3:7 ). In dit verband komt dan ook het woord 'vergaan' aan de orde. Het voorbijgaan met gedruis van de hemelen en het wegsmelten van de elementen, wordt door Petrus beschreven als het voorbijgaan van de bestanddelen van de eerste schepping welke niet meer nodig zijn ten behoeve van die nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Op diverse plaatsen in de Bijbel wordt deze situatie vergeleken met de tijd van Noach. De redding van deze acht mensen en de vernietiging van de toenmalige wereld, was een profetische uitbeelding in de natuurlijke wereld van datgene wat nog komen gaat in de geestelijke wereld.
Dat het acht personen waren heeft in dit verband ook een speciale betekenis. Acht is namelijk het symbool van een nieuw begin. De achtste dag is ook de eerste dag van een nieuwe week. Onze nieuwe toekomst in Christus is ook de achtste dag van Gods schepping, bij wijze van spreken. In Christus is het nieuwe leven begonnen. Zijn opstanding was ook op de achtste dag. (De eerste dag van een nieuwe week).
En net zoals in de situatie van Noach zal 'de dag des Heren' voor de ene groep mensen de openbaring van Gods volle heerlijkheid betekenen, en voor de andere groep mensen oordeel en vernietiging.

Onze redding zal echter zijn in de ark, in Christus. Dat betekent dat dit niet op een natuurlijke wijze te zien of waar te nemen is. Het is door geloof alleen. Er is geen enkele natuurlijke manier waarop wij ons kunnen voorbereiden op deze dag. Alleen door het Woord van God en het opbouwen van een waarachtig geestelijk leven zullen wij gedragen kunnen worden vanuit de ene 'aion' in de 'aion' van de eeuwigheid en de onvergankelijkheid.

Zal de Zoon des mensen 'dit geloof' vinden, als Hij komt?

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp?
Nodig ons dan uit om in uw gemeente een uitgebreide serie Bijbelstudies hierover te verzorgen.

 

 
 
 

 

Powered by Website Baker