De aionen knoeiers

 

Al enige tijd worden wij regelmatig geconfronteerd met discussies en meningsverschillen aangaande het bestaan van de hel, en als deze bestaat, hoe lang het verblijf daar dan zal duren. Daarmee samenhangend worden wij overspoeld met de idee dat er in de verre toekomst in het geheel geen hel of veroordeling meer bestaat maar dat alles en allen dan vervuld wordt met het wezen van God Zelf. En dit heet dan de leer van de alverzoening.
Laat het nu toch zo zijn dat al eeuwenlang de profeten, Jezus Zelf, de apostelen en de meeste kerkvaders inclusief de reformatoren, altijd gedacht hebben dat er een eeuwig oordeel bestaat en ook een eeuwig verblijf in een dergelijke verschrikkelijke toestand.
En natuurlijk kun je dan verwachten dat er zogenaamde leraren zouden komen die onder invloed van allerlei geestelijke elementen op zoek zijn om de ernst en de consequenties die God gesteld heeft, te ontkrachten of te verzachten. Met name ook het karakter, het wezen, de persoonlijkheid van God aanpassen of vormen naar hun eigen wensen of inzichten en zo hun eigen gouden kalf maken. Om de één of andere reden wil men gewoonweg niet geloven of aanvaarden dat de God die van Zichzelf heeft kenbaar gemaakt dat Hij 'Liefde' is, ook een rechtvaardige, oordelende en veroordelende God is.
"Hoe kan nu een liefdevolle God Zijn schepselen voor eeuwig verderven in de hel?"…. is dan de achterliggende gedachte en hierbij speelt natuurlijk ook de God is goed gedachte een belangrijke rol. God is goed en God is Liefde zijn dan de overheersende elementen waarbij de eigenschap God is rechtvaardig geheel uit het oog verloren wordt, of zelfs gewoon overboord gezet.
En wellicht juist met het oog op dit soort verschijnselen sprak Jezus in Lukas 11:42:

Maar wee u, Farizeeën, want gij geeft tienden van de munt en de ruit en van alle kruiden, en gij gaat voorbij aan het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen en het andere niet nalaten.

Jezus sprak hier over de principes van de wet en noemt het oordeel en de liefde Gods de belangrijkste elementen. Soortgelijke woorden staan opgetekend in Mattheüs 23:23 waar gesproken wordt over het oordeel, de barmhartigheid en de trouw. In beide gevallen staat het begrip oordeel als eerste genoemd. Nu weten we wel dat oordelen en veroordelen twee verschillende dingen zijn, echter, oordelen zonder veroordelen wanneer dat rechtvaardig is, is niets. Evenzo lijkt mij veroordelen zonder eerst rechtvaardig oordelen ook niet echt een goede zaak, net zo min als oordelen zonder liefde en barmhartigheid.
Ook de apostel Paulus schreef over deze kenmerken en eigenschappen van God. In Romeinen 11:22 lezen wij:

Let dan op de goedertierenheid Gods en Zijn gestrengheid ….

En in Hebreeën 12:29

…. want onze God is een verterend vuur.

En dit is nog maar een kleine greep uit de vele schriftplaatsen waar wij gewezen worden op de oordelende en veroordelende eigenschappen van Gods persoonlijkheid.
Het is natuurlijk van wezenlijk belang om ook in deze minder prettige zaken God te leren kennen. Niet voor niets zal daarom in de eerste beginselen van het evangelie het onderwijs over een eeuwig oordeel door de schrijver van Hebreeën 6:1-3 genoemd zijn. En ook zal het niet voor niets zijn dat het geloof hierin al eeuwenlang wordt beleden door de christenheid wanneer zij de apostolische geloofsbelijdenis uitspreken. En dit is op schrift gesteld ongeveer in het jaar 170.
Desondanks ontkomen wij er niet aan om enig onderzoek te doen naar de oorspronkelijke bewoordingen die hier aan ten grondslag liggen.
Zo wordt in het Hebreeuws het begrip eeuwig weergegeven door het woord olam.
Dit woord komt voor in diverse betekenissen:

Net zoals bij meer Hebreeuwse woorden wordt de juiste betekenis in een tekst mede bepaald door de context. Een Hebreeër van wie dit de moedertaal was, zou uiteraard geen enkele moeite hebben met het verstaan van de bedoelingen van de spreker of schrijver.
Vergelijk het maar met onze eigen moedertaal.
Wij gebruiken het woord eeuwig met ongeveer dezelfde intentie als de Hebreeërs het woord olam gebruikten. Als je het woord eeuwig letterlijk neemt, zou het betrekking hebben op tijdperken die 100 jaar duren. Een eeuw dus. Maar ons gebruik van het woord eeuwig of eeuw heeft dikwijls een veel ruimere betekenis dan de letterlijke 100 jaar. Daarentegen weten wij altijd exact wanneer er een letterlijke eeuw bedoeld wordt. Het verhaal van de context maakt ons dat duidelijk.

"Het is nu een eeuw geleden dat ……."

Zelfs deze korte uitspraak zal ons niet in twijfel laten aangaande de juiste interpretatie.

"Het duurde een eeuw voordat deze webpagina gedownload was……."

Ook deze korte uitspraak laat ons niet in onzekerheid. Maar of een buitenlander dit ook op de juiste wijze zal verstaan, is nog maar de vraag.

"Wie gelooft ontvangt eeuwig leven ……"

Geheel terecht denken wij hiervan dat het om leven gaat dat niet vergankelijk is en altijd voortduurt. In dit geval heeft het woord eeuwig, dat wel afgeleid is van eeuw, desondanks niets met de tijdelijkheid van dat begrip te maken.
Maar waarom gebruiken wij dan dat woord om iets aan te duiden dat oneindig is? Kennelijk omdat het een gewoonte of gebruik is dat zo gegroeid is, of wellicht ook omdat wij geen beter woord er voor hebben. De Engelstaligen hebben het wat dat betreft iets gemakkelijker, zij hebben het woord eternity. Dit betekent: nooit eindigende.

En zo werkt het in het Grieks ook. In het taalgebruik van de gewone mensen was het wellicht geen enkel probleem om uit de context ook de juiste betekenis van de woorden te verstaan. Waar in het Hebreeuws het woord olam diende om hun gedachten uit te drukken, zo was dat in het Grieks het woord aion en in het Nederlands het woord eeuw. En zoals in alle tijden het geval is, zo waren er ook onder de Griekstaligen zogenaamd 'grote denkers'. Filosofen die op pseudo intellectuele wijze eenvoudige zaken zo gecompliceerd wisten te benaderen dat niemand er meer iets van begreep of de werkelijke betekenis beneveld werd door hun filosofische wijsbegeerte.

Het is natuurlijk best wel goed om een correcte indruk te krijgen van de betekenis van woorden in de Griekse grondteksten. Maar wij moeten daarbij wel heel erg oppassen om geen eigenwijsheid te ontwikkelen doordat wij wel de klok hebben horen luiden, maar nog niet echt weten waar de klepel hangt. Want gesteld dat je de begrippen die afgeleid worden van aion en aionios zou willen interpreteren als dispensaties, of lange perioden, of zelfs een toestand of tijdsbestek in een hogere dimensie, welk Grieks woord zou er dan zijn om de echte eeuwigheid mee te benoemen? En als je een begripsverschuiving zou willen teweegbrengen door te gaan spreken over een aionische God inplaats van een eeuwige God, met welk woord zou je dan de eigenschap van het altijd zijn van Gods Persoon willen weergeven?
Zelfs al zou je de tijd willen omschrijven als iets wat een limiet heeft en op een gegeven moment stopt, zit je nog naast de werkelijkheid omdat de tijd gewoon door tikt, tot in eeuwigheid. Al zou de aarde ophouden te bestaan, de tijd gaat gewoon door.>
Het is daarom dus volslagen nonsens om de uitdrukking eeuwige God te vervangen door aionische God, want ons begrip van God wordt daar echt niet duidelijker van.
Bovendien, als je het begrip van het woord aionios beperkt tot perioden die op een zeker moment een einde hebben, dan zeg je daar tegelijkertijd mee dat God niet eeuwig is.
Evenzo zul je dan moeten concluderen dat aionios zoè, oftewel eeuwig leven, niet meer als altijd voortdurend geïnterpreteerd kan worden maar dat het dan aionisch leven, dat is eeuws leven wordt. Het gevolg van zulk redeneren is dan uiteraard dat aionios kolasis, oftewel eeuwige straf ook niet meer altijd voortdurend is en als aionische (eeuwse) straf gezien gaat worden als iets wat op een zeker moment stopt, namelijk wanneer het aion voorbij is.
Het is overduidelijk dat dergelijk redeneren alleen maar leidt tot dwaling en een volslagen onlogisch begrip van de belangrijkste kenmerken van de bijbelse boodschap doordat het de samenhang met andere schriftplaatsen mist.
Romeinen 6:22:

Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.

Het ultieme doel dat God met ons heeft, (einde = telos volmaking-bestemming-voltooiing), is dat het leven Gods volkomen in ons tot volheid komt. Als je dit zou benaderen vanuit het gegoochel met aionen, zou je toch moeten geloven dat er na dit einde nog weer een ander einddoel zou zijn. Daar lezen wij echter niets over in de Bijbel, dus bestaat dat ook niet. Eeuwig leven is gewoonweg niets anders dan dat wat er altijd al onder verstaan wordt, namelijk het Goddelijk leven, het leven dat uit God is en nooit meer vergaat of ophoudt, net zomin als de eeuwige Geest, eeuwige heerlijkheid, eeuwige verlossing, eeuwig verbond (door het bloed tot stand gebracht).

Dit gegoochel met aionen heeft natuurlijk ook consequenties aangaande je denkwijze over een eeuwige hel, een eeuwige straf, een eeuwig vuur. Want als aion in de contextuele bedoeling van eeuwigheid niet meer gezien kan worden als een eeuwigdurende omstandigheid, dan bedoel je dus dat het op een zeker moment een einde heeft. Dit is dan geheel in tegenspraak met de onderwijzingen van Jezus Zelf die zei, opgetekend in Marcus 9:48: …. waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. En dit met het oog op hen die in de hel geworpen worden.
En nu zijn er lieden die ons willen laten geloven dat zelfs de duivel nog bekeerd kan worden en vervuld worden met het leven en de heerlijkheid Gods. Welnu, als dat tot de mogelijkheden had behoord, had God dat wel geregeld vóórdat Hij de mens schiep. Dan was die hele toestand van zondeval en de kruisiging van Gods eigen Zoon overbodig geweest. Bovendien, 'er staat geschreven' dat het eeuwige vuur bereid is voor de duivel en zijn engelen. (Mattheüs 25:41). Dus, zeggen dan deze lieden, is de hel (het eeuwige vuur) niet bereid voor mensen. Maar dit is niets meer of minder dan een drogreden want dat de hel niet voor mensen bereid is betekent nog niet dat mensen er niet heen kunnen of zullen gaan. Jezus Zelf zei dat die mogelijkheid bestaat. Dat mensen er niet heen hoeven, persé, dat blijkt wel uit het feit dat God ons een goede boodschap (evangelie) gezonden heeft die wij kunnen aannemen en waardoor wij gered kunnen worden. De Bijbel leert ons duidelijk dat het de wil van God is dat allen tot bekering komen omdat God lankmoedig is en barmhartig en genadig. Hij gunt ook de mensheid de tijd om alle geboden kansen aan te grijpen en antwoord te geven op dat wat Zijn eigenlijke wil is. Maar dat het Zijn wil is wil nog niet zeggen dat ook iedereen het aanneemt en daadwerkelijk voor de eeuwigheid gered wordt. God legt Zijn wil niet dwingend op, de mens moet zelf ook willen.

Maar de alverzoeners geloven dat eenmaal alle zonde opgebrand zal zijn en zelfs de grootste vijanden van God weer verzoend en hersteld zullen zijn, zelfs de duivel en zijn engelen. Want het bestaat toch niet, zo redeneert men, dat God Zijn schepping voor eeuwig in het vuur gepijnigd laat worden, afgescheiden van Zijn leven en heerlijkheid!? Dat past toch helemaal niet bij een God die pretendeert Liefde te zijn?
Dit echter zou ik aan hen willen vragen:

Laten we het nog even hebben over de gestrengheid van God. Want dit is de eigenschap die velen willen elimineren omdat zij eenvoudigweg niet willen geloven dat God deze eigenschap ook nog heeft.
In de tijd van het ontstaan van het volk Israël en de invoering van de wet, werden er geboden en verboden aangereikt waar zware straffen op stonden als zij niet werden nageleefd. Velen beschouwen dit als onbegrijpelijke en middeleeuwse tirannie. Slechts weinigen realiseren zich dat het juist Gods liefde was waardoor deze wetten zo werden ingesteld. Onder het Oude Verbond was er een beperkte verzoening mogelijk door middel van het bloed van dieren. Waar de mensen geen vergeving en verlossing van konden krijgen waren die zaken waartoe zij door de invloed van boze geesten verleid werden. Tovenarij, waarzeggerij, seksuele onreinheden, e.d. Dit soort zonden bracht de mensen onder een vloek waar zij niet meer vanaf konden komen. Daar was maar één oplossing voor, namelijk de doodstraf. En waarom? Om te voorkomen dat ook de rest van het volk in het verderf gestort zou worden door deze gebondenheden want dit zou zich anders verspreiden als een epidemie, zoals wij dat heden ten dage zien gebeuren in de wereld. Het was dus Gods grote liefde voor Zijn volk om het te beschermen tegen de vloek die zij over zichzelf zouden bewerkstelligen als zij dit lieten begaan, terwijl het juist Gods bedoeling was om hen te zegenen. Gelukkig is er nu in het Nieuwe Verbond de kracht van het bloed van Jezus waardoor wij verlost kunnen worden van alles waarvan wij niet 'gerechtvaardigd' konden worden onder de wet van Mozes. (Handelingen 13:39).

En daarom ging Jezus rond, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem. (Handelingen 10:38).

Welnu, met deze achterliggende gedachten, zouden wij dan moeten veronderstellen dat God in de eeuwigheid een situatie wil laten bestaan waarin het nog steeds mogelijk is dat er personen, mensen of engelen, gaan rebelleren tegen God zoals de duivel dat alreeds in het verleden gedaan heeft? Denk je nu echt dat God het risico wil lopen dat die geschiedenis die zich in de hemel heeft afgespeeld voordat de mens geschapen werd, zich weer zou kunnen herhalen? En dat Hij zijn gerechtvaardigde schepselen zelfs in de eeuwigheid nog wil blootstellen aan de mogelijkheid dat er opnieuw een zondeval komt, en dan wel één die niet meer door een kruisiging op Golgotha opgelost kan worden? Ik prijs mijzelf gelukkig dat er een dag zal komen dat wij allen eindelijk verlost zullen zijn van de invloeden van de tegenwoordige boze wereld. Van de verzoekingen en de misleidingen. Van al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en waarvan Jezus gezegd heeft dat Zijn engelen die uit Zijn Koninkrijk zullen verwijderen. (Mattheüs 13:41). En wat zal Hij daar vervolgens mee doen? En zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (Vers 42). En wat zal dan daarvan het resultaat zijn? Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk huns Vaders. (Vers 43).
Dit nu, beste lezer, is Gods doel en Gods Liefde.
En dit waren de woorden waarmee Jezus deze rede afsloot (vers 43):

Wie oren heeft, die hore!

 

 

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp?
Nodig ons dan uit om in uw gemeente een uitgebreide serie Bijbelstudies hierover te verzorgen.

 

 

 

 

Powered by Website Baker