Brand in Babylon

Hoofdstuk 5


Een ongelijke strijd !


Zoals we in het vorige hoofdstuk hebben gezien, is 'de geest van Babel' niemand anders dan de satan, en wel deze keer in de gedaante van 'de overste dezer wereld'. ( Johannes 14:30).
Maar denk nu niet dat deze een gelijkwaardige gevechtspartner van Jezus is. Hoewel er ogenschijnlijk twee geestelijke typen tegenover elkaar staan - de heerschappij en het koningschap van Jezus versus de heerschappij en het koningschap Babel (de satan dus) - is het geestelijke gezag en het koningschap van Jezus ver verheven boven iedere andere heerschappij of macht of kracht hetzij in de hemel, hetzij op de aarde, hetzij onder de aarde. ( Filippenzen 2:10).

Het is een ongelijke strijd. Bovendien, Jezus zelf is niet meer persoonlijk bij deze strijd betrokken. Zijn beurt is al geweest. Met glans heeft Hij overwonnen.

Maar wij, die geestelijk wel in Christus, maar naar de natuurlijke mens nog op het strijdtoneel onze 'geloofs-act' moeten opvoeren, richten voortdurend ons geloofsoog op Jezus die de voleinding reeds bereikt heeft. Gezeten op de troon, aan de rechterhand van de Vader, geldt voor Hem:
"Mij is gegeven alle macht, in de hemel en op de aarde."
( MatteĆ¼s 28:19).
Jezus zelf zegt hierover in Johannes 12:28-32:
Vader verheerlijk Uw Naam.
Toen kwam een stem uit de hemel:
Ik heb hem verheerlijkt en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!
De schare dan, die daar stond en toehoorde, zeide, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken. Jezus antwoordde en zeide:
Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u.
Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden;
en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.
Hij zeide tot hen:
Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.
( Lukas 10:18).

Wat de satan betreft, zijn plaats wordt in de hemel niet meer gevonden. Tijdens Jezus' rondwandeling op aarde is hij al uit de hemel gegooid. Terneergeworpen op de aarde gaat hij brullend rond om te zien wie hij verslinden kan, hetgeen alleen lukt bij hen die zich niet geheel vastklampen aan de Naam van Jezus, die is boven alle naam.

Die Naam is als een sterke toren, de rechtvaardige snelt daarheen en is onaantastbaar. ( Spreuken 18:10).
Er is geen dialoog meer.
Dit betekent ook dat God - de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest - geen enkele reden meer heeft tot communicatie met de satan en dus ook niet met de 'wereldbeheersers dezer duisternis'. Hij (de satan) is de hemel uitgegooid en hij komt er ook niet meer in. Een situatie zoals in het boek Job, dat de satan samen met de zonen Gods voor Gods troon verscheen en zelfs een gesprek had met de Allerhoogste, zo'n situatie is dus nu ondenkbaar en onmogelijk.
God heeft geen gesprek meer met hem.

Omgekeerd kan de satan zijn bevuilde aanklachten ook niet meer tegen de Allerhoogste spuien, of tegen Jezus de Zoon, maar slechts alleen tegen ons. Wij zijn dus degenen die daarmee moeten afrekenen. En hier zien we dan iets van het koningschap van Jezus (in ons) tegen de koning van Babel openbaar komen.
Maar de strijd blijft ongelijk.
Hij die in ons is, is meer dan hij die in de wereld is.
(1 Joh. 4:4).
Wederstaat hem, vast in het geloof,
en hij zal van u vlieden.

( Jacobus 4:7; 1 Petrus 5:9).

Powered by Website Baker