Als een engel des lichts

Hoofdstuk 6



We komen nog even terug op het onderwerp 'gedachten', daar dit de oorsprongen zijn waar in de geestelijke wereld alles uit voortkomt. Er is een voortdurende strijd gaande om het gedachtenleven van de christen die, door de leiding van God, een aanvang wil maken met een wandel in de hemel. Dat wil zeggen, daadwerkelijk wil gaan functioneren in het Koninkrijk der hemelen vanuit het denken van God. Jezus Zelf is jarenlang door de Heilige Geest onderwezen in de woorden en gedachten van God. Maar het was toen Hij gedoopt (gezalfd) werd met de Heilige Geest, om daadwerkelijk te gaan handelen en wandelen vanuit de geestelijke realiteit van het Koninkrijk der hemelen, dat de strijd pas echt losbrak.

Een korte periode van verzoekingen werd toegelaten, zodat ook Jezus duidelijk in zijn eigen geest het verschil kon waarnemen tussen inspiraties die van God de Vader kwamen of van de vader der leugen. Het criterium hierbij was niet of Jezus als Zoon van God in staat was geestelijk te heersen over de materie, bijvoorbeeld door stenen in brood te veranderen, maar door welke aandrang of inspiratie dit zou gebeuren. Het eerste grote wonder dat Jezus verrichtte was notabene het veranderen van water in wijn, hetgeen als prestatie bijna op hetzelfde neerkomt. Bovendien heeft Hij later door geloof vele broden geproduceerd, terwijl de eerste stap op het water zeker vergeleken kan worden met het springen van de tempel, vooral als je niet kunt zwemmen.

We mogen hier dus uit opmaken, dat de verzoekingen die de satan aandroeg, helemaal niet zo doorzichtig en overduidelijk verkeerd waren, maar veeleer subtiel en moeizaam van de waarheid te onderscheiden. Vandaar waarschijnlijk dat deze fase in het leven van Jezus wel 40 dagen duurde en gepaard ging met bidden en vasten. Redelijkerwijs mogen wij ons dit voorstellen als een periode van veel geestelijke strijd en worsteling met betrekking tot allerlei gedachtenspinsels, waarbij uiteindelijk het waarachtige Woord van God van doorslaggevend belang was.
Wie zo'n periode in zijn leven doormaakt kan vast en zeker met de apostel Paulus beamen (2 Kor.2:11):

De gedachten van de satan zijn vooral gericht op menselijke aspecten. Daarom lijkt het dikwijls zo vertrouwd of zelfs goed. Het belicht vaak een benadering die door ons als mens niet direct als verkeerd wordt beschouwd. Echter, dit is nu juist het verschil tussen het hemelse denken van God, en het aardse denken van de mens waarmee wij zo vertrouwd zijn. Menselijk gezien is het zelfs 'verstandig' om na 40 dagen van hongerlijden stenen in brood te veranderen, als je die macht bezit.

Waar het hierbij feitelijk om gaat is niet in de eerste plaats of een wonder wel of niet door de mens Gods verricht kan worden, maar veeleer om welke reden en door welke 'geest' dit geschiedt. Het feit dat iemand het evangelie predikt en tot God bidt, levert nog niet het bewijs dat de eventuele wonderen die verricht worden, ook werkelijk uit en door de Geest van God zijn. Het is juist de religieuze mens die een geschikt werktuig is om ook gebruikt, of beter gezegd 'misbruikt' te worden door de inspiratie van de satan. De verzoekingen waarmee Jezus te maken had begonnen immers ook pas NADAT Hij gedoopt was met de Heilige Geest!

De realiteit is dat velen in onze tijd te gemakkelijk in een 'bediening' komen te staan, zonder een tijd van beproeving te hebben doorgemaakt, waarbij door oefening het gebruik van geestelijke zintuigen en geestelijk onderscheid ontwikkeld is. Hebreeën 5:14:


2 Korintiërs 11:14:

Gekoppeld aan het gedachtegoed dat ontstaat door de inspiratie van engelen die niet tot Gods legerschare behoren, is ook de beweging van de schare evangeliepredikers die door Paulus aangeduid worden als schijnapostelen en bedrieglijke arbeiders. Wij hoeven hen niet te zoeken in de grote religieuze kliek waarbij het schijnchristendom duimbreed aan de oppervlakte drijft, maar juist onder degenen die op zoek zijn naar de gezalfde werkingen van de Heilige Geest. Daar waar men de Geest Gods wil ontvangen zonder tegelijkertijd radicaal te breken met menselijk, aardsgericht denken, ontstaat ruimschoots de mogelijkheid om uit twee bronnen te tappen en zodoende een stroom van gemixed geestelijk water voort te brengen. Wij kunnen in dit geval ons geestelijk leven weer vergelijken met de hof in Eden, waar tweeërlei vrucht voor de mens beschikbaar is. Weten wij te kiezen voor het gebod en de vrucht van God, of eten wij zonder meer van die andere vrucht die ook 'begeerlijk was en goed om van te eten'. Het ene heeft duidelijk te maken met de geboden Gods en het andere met de begeerten van de mens.

Volgens deze formule laten ook de woestijnverzoekingen van Jezus zich ontleden. Wordt 'het geestelijke' verricht uit menselijkheid, verlangen en/of begeerte, of wordt het geestelijke verricht uit de zuivere motivatie en inspiratie van Gods Heilige Geest. In de brief aan de Korintiërs begint dit overduidelijk al bij de vraag of een evangelie arbeider zichzelf geroepen en opgewerkt heeft, of dat deze door God toebereid en aanbevolen wordt. Hierbij is het niet in de eerste plaats van belang of deze werker net zoals Paulus een stem uit de hemel heeft gehoord, maar veeleer welk geestelijk proces deze doorlopen heeft en tot welke innerlijke motivatie en instelling de persoon in kwestie gekomen is. Met andere woorden, is het vleselijk denken geheel afgelegd?
2 Kor.10:17:

Het mag duidelijk zijn, dat wanneer er nog steeds uitgezien wordt naar goed ogende, welsprekende verschijningen (2 Kor.11:5-6) die de nodige aanbevelingsbrieven met zich meedragen (2 Kor.3:1), Gods oordeel over het geestelijk innerlijk en de feitelijke plaats in het lichaam van Christus van betreffende personen, nooit gehoord zal worden. In zo'n geval wordt er volgens bijbelse indicatie, naar eigen begeerte tal van leraars bijeenverzameld. (2 Tim.4:3-4). Alleen zij die spreken zoals verlangd wordt, kunnen deze menselijke toets doorstaan. Op deze wijze wordt het waarachtige spreken Gods dat niet de oren kietelt en onaangenaam is voor het vlees, omzichtig op een afstand gehouden.

Uit dezelfde soort bron wordt ook het lidmaatschap getapt dat de één buiten en de ander binnensluit op een wijze die niet door God in de Bijbel is vastgelegd. Op Gods stoel gezeten wil de mens op deze wijze zelf bepalen hoe het lichaam van Christus ingedeeld moet worden, waardoor het betreffende geestelijke lichaam er dikwijls gehandicapt uitziet. Het 'lichaam' wordt dan niet meer onderscheiden op de wijze zoals God het gedacht had.
Dit staat gelijk aan de volkstelling die door koning David opgedragen werd zodat hij zijn macht kon bepalen. En door wie werd het geïnspireerd? Door de satan, zo lezen wij in 1 Kron. 21:1.
Niet voor niets kwam de apostel Paulus daarom tot deze uitspraak in 2 Kor.11:3:

De waarheid is echter dat wie uit God is, ook degenen herkent die uit God zijn. Wie in de waarheid wandelt, heeft dat geleerd door het Woord van God en zal daarom ook niet gemakkelijk te misleiden zijn. Toch blijft waakzaamheid de opdracht die Jezus ons geboden heeft. (Matt.26:41). De geest waar wij het over hebben, n.l. die van de antichrist, zit niet stil en tracht velen mee te sleuren in een 'vermengd' geestelijk denken. Maar wie zijn hart er op zet om welbeproefd uit het vuur tevoorschijn te komen, zal geen aansluiting meer vinden bij de wereldgezinde massa, maar wel bij God. Voor hen geldt 1 Johannes 4:4 t/m 6:

Er bestaat uiteraard geen standaard formule om geestelijke zaken op eenvoudige wijze te testen. Alleen zij die werkelijk uit God zijn en God kennen, zijn in staat om geestelijke zaken naar inhoud en waarde te schatten. En hoe zullen wij onszelf beoordelen of wij al dan niet in de waarheid zijn en voor een dergelijke opdracht bekwaam?
Toch zijn er enkele basisregels die ons ruimschoots op weg helpen. Temidden van alle geestelijke verwikkelingen blijft er namelijk slechts één vast gegeven rotsvast opgesteld als een baken dat de ware Kerk van Christus door alle eeuwen heen voortstuwt, namelijk, het geschreven Woord van God. Als wij tijden onder ogen zien waarbij zoveel geestelijke manifestaties zich aandienen en zowel voor verbazing als verwarring zorgen, als wij tot ontdekking komen dat al deze zaken niet langs zintuiglijke wijze te beoordelen zijn, (wat wij o.a. visueel waarnemen kan bedrieglijk zijn), dan kunnen wij alleen terugvallen op het vaste, geschreven Woord van de Levende God.
Wie zich daardoor laat inspireren en leiden, zal nooit in een valstrik terechtkomen. Wie in een valstrik zit, zal met het geschreven Woord van God zijn enige middel tot redding en behoud gewaar worden. 1 Joh. 2:24:



Powered by Website Baker