Als een engel des lichts

Hoofdstuk 2



Het is een onweersprekelijk feit dat de satan al het mogelijke zal doen om door middel van een misleidende verschijning te trachten de mensheid op een verkeerd spoor te zetten. De apostel Paulus was kennelijk 'geïnformeerd' omtrent deze methode. Vandaar dat hij de christenheid (toen al) waarschuwde voor zogenaamde evangelie verkondigingen die afwijken van het door hemzelf gepredikte origineel. Dat deze afwijkingen mogelijk zijn door engelenverschijningen zonder dat men achterdocht krijgt, maken wij op uit Galaten 1:3:
Nu is het zo dat de opdracht om het evangelie te verkondigen, specifiek gegeven is aan de mens en niet aan engelen. Hoewel zij regelmatig door God ingezet worden om een bepaalde boodschap of opdracht over te brengen, zijn zij toch slechts 'dienende geesten' die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil beërven. (Hebr. 1:14). Speciaal vanwege de evangelieverkondiging en de openbaring hiervan, heeft God in Jezus Christus Zelf zijn 12 apostelen onderwezen en bovendien Paulus als een 'ontijdig geborene' (1 Kor.15:8) door persoonlijke openbaring het evangelie duidelijk gemaakt. In Galaten 1:12 lezen wij hierover:
En speciaal met het oog op de voortgang van deze openbaring heeft God ook de Heilige Geest van de hemel gezonden, ten behoeve van allen die later zouden geloven. Joh. 17:20:
En ook: Joh. 15:26-27:

Engelen Gods zullen, wanneer zij verschijnen, zich daarom nooit inlaten met de verkondiging van het evangelie of een bepaalde vorm van 'bedienen' zoals handoplegging, genezing en bevrijding, omdat dit specifiek aan de gelovige mens gegeven taken zijn. Deze engelen kunnen wel boodschappen van God overbrengen, zoals aan Filippus om de weg naar Gaza op te gaan. (Hand.8:26). Daar aangekomen vond Filippus dan de gelegenheid om het evangelie te prediken. Of in het geval van Cornelius, waar opgedragen werd om Petrus te laten komen zodat díé het evangelie kon prediken. (Hand.10). Ook zien wij dat er door God een engel gezonden werd om de macht van de overheid te doorbreken door de apostelen uit de gevangenis te bevrijden zodat zij weer in staat waren hun evangelieprediking in de tempel voort te zetten. (Hand.5:19-20).

Het is noodzakelijk om waakzaam te zijn ten aanzien van engelenverschijningen. In het Oude Testament vinden wij bij de roeping van Gideon een prachtig voorbeeld hoe er in dit opzicht met een engelenverschijning omgegaan mag worden. In dit geval betrof het, zoals de Bijbel dat noemt, de Engel des Heren;
Ook Gideon nam niet zonder slag of stoot aan dat het écht de Here was die tot hem sprak. In Richteren 6:17 lezen wij:

Eén en ander resulteerde in het feit dat de offergave die door Gideon gehaald werd, door vuur verteerd werd.
(Lees Richteren 6:20-21).

De kern van de zaak is dat wij ons moeten realiseren dat de mens in Christus niet beneden de engelen gesteld is, maar erboven. Let wel: de mens in Christus. Hebr. 2:6-7:

Dit is dan ook de reden dat engelen Gods, door God zelf worden uitgezonden om de mensheid dienstbaar te zijn. In de onzienlijke wereld verrichten zij allerlei taken waar wij nauwelijks besef van hebben. Toch is de mens zelf hierbij een belangrijke schakel. De inhoud van wat wij geloven en belijden omtrent de 'Naam' welke Jezus heeft in de onzienlijke en ook de zienlijke wereld, wordt door Jezus persoonlijk doorgesluisd naar zijn engelenlegers die op grond daarvan in beweging komen. Lukas 12:8:

Maar al lijkt het er op dat de mens in de zienlijke wereld voor een korte tijd beneden de engelen gesteld is vanwege het lijden des doods (Hebr.2:9), de geestelijke mens in de geestelijke wereld in Christus is dat beslist niet. Wij zijn nu burgers van een rijk in de hemelen (Fil.3:20), anders genoemd: Het Koninkrijk Gods, of: 'de toekomende wereld waarvan wij spreken'. (Hebr.2:5). In feite zijn wij de bewoners en erfgenamen van een bestel dat er in werkelijkheid al is, maar toch nog komen moet. Het wordt nog niet waargenomen in de zienlijke wereld. Dit bestel nu is volledig aan Jezus Christus onderworpen en met Hem aan wie in Christus zijn. Daarom kon Paulus ook de vraag stellen in 1 Kor.6:3:

Hij kon deze vraag stellen omdat hij op de hoogte was van Gods herstelplan met de mens, dat deze in rangorde boven de engelen gesteld is.
Welnu, aan dit oordelen zijn wij nog niet toe. Wèl zullen wij de zaken omtrent engelen en hun verschijningen moeten 'be-oordelen'. 1 Kor. 2:15:




Powered by Website Baker